Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Treffend mag het genoemd worden, hoe Utenhove het bekende patent van koning Eduard VI, waaraan de gemeente van Isederlandsche vluchtelingen te Londen haro stichting en het bezit van haar kerkgebouw te danken had gehad, onder alle omzwervingen voor verloren gaan heeft weten te behoeden, zoodat hij het in 1559, toen Elizabeth den Engelschen troon beklommen had, naar Londen heeft kunnen medenemen ').

Toen A Lasco, Utenhove en Mikron bij den Deenschen koning te Coldingen waren, heeft deze hun verboden naar Kopenhagen te gaan, waar hunne tochtgenooten zich bevonden. Hij gelastte hun door Holstein naar Duitschland te reizen. Nadat A Lasco en Utenhove te Emden waren aangekomen, heeft eerstgenoemde zich al spoedig aan het werk gezet om hun wedervaren te beschrjjven. Reeds in Maart 1554 zond hij zijn geschrift, ofschoon het nog onvoltooid was, aan Bullinger te Zurich 2) en aan Calvijn te Genève 3). Waarschijnlijk is het niet veel meer geweest dan eene uitvoerige schets met brieven en bescheiden als bijlagen; al wat de Nederlandsche vluchtelingen te Wismar, Lubeck en Hamburg ondervonden hadden, ontbrak er nog aan4). A\el heeft A Lasco aan zijn geschrift naderhand een afgewerkten vorm gegeven, maar een verhaal van hetgeen de ballingen in de genoemde steden aan de kust der Oostzee hadden geleden, schijnt hij er niet aan te hebben toegevoegd 5).

Heeft ook Mikron het voornemen gekoesterd eene geschiedenis van den noodlottigen tocht op te stellen P Dat hij er ernstig over gedacht heeft dit te doen, mag men aannemen op grond

1) J. Strype, Annals of the reformation during Queen Elizabeth's reign, Lom). 1725, Vol. I, p. 118; Utenhovius, 1.1., p. 2'.(; hierachter, blz. 43.

2) Brief van A Lasco aan Bullinger, 3 Maart 1554, bij A. Kuyper, Ioannisa Lasco opera, T. II, p. (197 ; dezelfde brief in het Corpus reformatorum, Ioannis Calvini opera, Brunsvigae, 1876, T. XV, col. 04; Bullinger aan A Lasco, 17 Maart 1554, bij S. A. Gabbema, Epistolarum centuriae tres., Harl. 1661, p. 112.

3) Brief van A Lasco aan Calvijn, 13 Maart 1554, in liet Corpus reformatorum, Calvini opera, T. XV, col. 82.

4) A Lasco in de genoemde brieven, bij Kuyper, T. 11, p. 697; in Calvini opera, T. XV, col. 64, 82.

5) Mikron schrijft in zijn aanstonds nader te vermelden Apologeticvm scriptvm, p. 45: Multa veró tum nobis apud Regem Daniae acciderunt, quae cum sint ab ipsomet Domino loanne a Lasco fideliter et accuratè descripta, eoi um narrationem hic ingredi nolo.

Sluiten