Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het hem in zijn betoog to pas komt, deinst hij er niet voor terug eene aanhaling te doen uit eene heiligenlegende, ril. uit die van den H. Antonius, den kluizenaar *). Ook in eene andere richting veroorlooft hij zich enkele vrijheden: immers hij citeert „heidensche" dichters 2) en Seneca3). Heeft hij al deze schrijvers zelf geraadpleegd of heeft hij zijne kennis soms uit de tweede hand? Hoe dit zij, eene zekere geleerdheid zal niemand hem ontzeggen.

Het eerste vaststaande feit uit zijne levensgeschiedenis dagteekent van het j. 1551. Hij is toen lid geworden van het zoogenaamde „Papengilde" te Alkmaar, een genootschap, dat eenmaal in het jaar tot een feestelijken maaltijd samenkwam en een altaar onderhield in de parochiekerk. Naar alle waarschijnlijkheid is Cooltuyn toen reeds priester geweest4). Zijne lotgevallen gedurende eenige volgende jaren zijn bekend en door verschillende schrijvers medegedeeld 5). Eigenlijk putten allen uit ééne bron: het verhaal door Cooltuyn zeiven opgesteld en afgedrukt in den vorm van een brief aan zijnen vriend Timotheus vóór „Dat Euangeli der Armen" 6). Het is te betreuren, dat de juistheid van zijn bericht in het geheel niet door vergelijking met andere gegevens op de proef kan gesteld worden. Evenwel mag worden gezegd, dat zijn verhaal den stempel der waarheid draagt en dat de betrouwbaarheid daarvan tot heden niet is betwijfeld geworden. Ook ik kan niet anders

Explicatio articvlorvm venerandae facvltatis sacrae theologiae generalis stvdii lovaniensis circa dogmata Ecclesiastica ab annis triginta quatuor controversa, Lovanii, 15.">7, in-fol., 2 tom.

1) Dat Euangeli der Armen, fol. cxcviij v; hierachter, bh. 435.

2) Aldaar, fol. xxi r, cxciij'; hierachter, blz. 274, 431.

3) Aldaar, fol. cl r; hierachter, blz. 390.

4) Men zie de ledenlijst van dit gilde bij H. E. van Gelder, Nog iets over het Papengilde te Alkmaar, in de Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom Haarlem, onder red. van Gonnet, Graaf, De Graaf, enz., Leiden, 1905, blz. 268.

5) G. Brandt en Seb. Centen, Historie Der Koop-stadt Enkhuisen, Hoorn, 1747, blz. 109—119; Brief van N. N., aan het slot van Johannes Saskerides, Uytlegginge Van de seven tijden des Heyligen kercks, I)ordr. 1684 (gedrukt achter: S. van Til, Salems vrede, Dord. 1687), in-4°., blz. 41; [H. F. van Heussen], Batavia sacra, Brui. 1/14, in fol., P. II. p. 417 seq.; Eikelenberg—Boomkamp, Alkmaer, blz. 132—135; Meiners, Oostvrieschlandts kerkelyke geschiedenisse, Gron. 1738, 1)1. I, blz. 355—360 [ontleend aan Brandt]; G. Paris, Cornelis Cooltuyn, in den Kalender voor de Protestanten in Nederland, Amst. 1859, blz. 61—78.

6) Cornelis Cooltuyn Timotheo, 12 Jan. 1559, geplaatst vóór Dat Euangeli der Armen, quat. Cc, fol. i v—vij r; hierachter, blz. 233—239.

IX. 13

Sluiten