Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geving van keizer Karei Y, van 9 Sept. 1550, waarin het opsporen en beoordeelen van verboden boeken, behalve aan de inquisiteurs Franc. Sonnius en Bernaert Grouwel, wordt opgedragen aan Mr. Claes de Castro, licentiaat in de theologie, Mr. Martin Donck (Duncanus), pastoor te Wormer „bij onze stad van Amsterdam", Bokel Cornelisz., pastoor op 't Wout bij Delft, en enkele anderen '). Het is licht te onderstellen, dat Sonnius van de diensten van Duncanus ook nog voor iets anders gebruik zal hebben gemaakt.

Cooltuvn werd te Enkhuizen tot pastoor verkozen en begaf zich derwaarts. De vervolging liet hem echter niet los. Weldra werd hij door tegenstanders onder de geestelijkheid aangeklaagd bij Mr. Rieuwerd Tapper, den groot-inquisiteur, en gedaagd voor diens rechterstoel te 's-Gravenhage. Intusschen werd hij voorloopig geëxcommuniceerd. De geloofsrechtbank waarvoor hij te verschijnen had bestond uit: Rieuwerd Tapper, rechter; Bokel Cornelisz., pastoor op 't Wout, assessor; Wolf van Utrecht, fiscaal of aanklager; en den griffier. Cooltuyn hield zich overtuigd, dat hij van zulke mannen niets goeds te verwachten had. De fiscaal kwam voor den dag met dertien artikelen vol kettersche leeringen, van welker verbreiding Cooltuyn beschuldigd werd. Laatstgenoemde trachtte aanvankelijk zich er uit te redden door te verklaren, dat hij de namen der getuigen wenschte te vernemen. Hij deed dit in de hoop ze te kunnen wraken. Men wist toch, dat deze getuigen voornamelijk uit geestelijken bestonden van wie wel het een en ander bekend was op grond waarvan zij krachtens zekere bepalingen van het kanonieke recht van het afleggen van getuigenis voor den rechter konden worden uitgesloten. Tapper weigerde echter dien weg op te gaan; hij noemde de getuigen volkomen geloofwaardig en eischte, dat de beklaagde zich zou verantwoorden, onder bedreiging dat hij anders in Den Haag zou moeten blijven 2). Toen daagde hulp van andere zijde. Cooltuyn was vergezeld van verscheidene aanzienlijke burgers van Enkhuizen. Tapper nu was te Enkhuizen geboren en gevoelde,

1) Commissie voor Fra. Sonnius, etc. ah visitateurs der verboden boeken (1550), in het Archief voor kerkelijke en wereldsche geschiedenissen van Utrecht, uitg. door Dodt van Flensburg, Dl. V, blz. 319 v. Het stuk is voor eensluidend met het origineel onderteekend door „Anthonis Wolff, nts. subst".

2) Cornelis Cooltuyn Timotheo, vóór Dat Euangeli der Armen, quat. Cc, fol. i', ij *; hierachter, blz. '233, 235.

Sluiten