Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In hooge mate bezorgd is hij voor het lot van de aanhangers der diakenpartij, die het slachtoffer dreigen te worden. Hij waakt voor hunnen goeden naam, opdat zij, mochten zij onverhoopt uit Engeland verdreven worden, althans in Oostfriesland zouden worden toegelaten Wel moet het eene voldoening voor hem geweest zijn dat hij, te Emden teruggekeerd, in de kerkeraadsvergadering van 25 Maart 1566 kon mededeelen dat eene verzoening was totstandgekomen 2). Helaas 1 — in vervolg van tijd is de vrede opnieuw verbroken. Het is hier echter de plaats niet om daarover te handelen, wijl Cooltuyn toen niet meer in het land der levenden verkeerde.

Is uit het voorafgaande duidelijk te zien, dat aan het inzicht en den raad van Cooltuyn groote waarde werd gehecht, die blijkt ook uit andere omstandigheden. In het j. 1566 voorzagen de Gereformeerden te Amsterdam zich van predikanten. Reeds had men aldaar den bekenden Jan Arentz., den gewezen mandenmaker uit Alkmaar, die een leerling geweest was van Cooltuyn en die in Juli van hetzelfde jaar een begin gemaakt had met de hagepreek 3). „In 't midden van Oegstmaendt reisden Reinier Kant, en Laurens Jacobsoon Reael, uit last der gemeente, naar 't dorp Sint Marten, bij de Sijp, in Noordthollandt, om den Pastoor van dat dorp, Nicolaus Scheltius, tot Predikant te beroepen; en naer Amsterdam te trekken. Sij vonden den man noch in 't geestelijk gewaedt, met sijn vrou, daer hij ses kinderen bij hadt, in 't Pastoorshuis. Hun last, en 't beroep op zijn persoon, wierdt hem bekent gemaakt. Men vertoonde hem, dat Jan Arentszoon, hun Predikant, van hem getuigt hadde, hoe hij, hebbende volkomene kennisse der

1) Aid., blz. 379.

2) Archiv der Beformirten Kirche Emden, Kirchenraths-protocollen, sub 25 Maart 1566, bij Van Schelven, blz. 165.

3) G. Brandt, Historie der Reformatie, Amst. 1677, Dl. I, blz. 315—319; Uittreksel uit de gedenkschriften van Laurens Jacobsz. Reael, medeged. door J. C. Breen, in de Bijdragen en mededeelingen van het Historisch genootschap, 's-Gravenh. 1896, blz. 14, 42; Eikelenberg—lioomkamp, Alkmaer, blz. 136, 147 v.; H. C. Rogge, Jan Arentszoon en de prediking der hervorming in Noord-Holland, in den Kalender voor de Protestanten in Nederland, Amst. 1859, blz. 79—121 ; F. Pijper, Over het begin der Hagepreken in de Noordelijke Nederlanden, in de Aanteekeningen van de sectie-vergaderingen van het Prov. Utrechtsch genootschap, Utr. 1894; F. Pijper, Waar begonnen de Hagepreeken? Feuilleton in de Nieuwe Rotterdamsche Courant, 14 Juli 1894, Tweede Blad, B ; W. J. P. Overmeer, De hervorming te Haarlem, Haarl. 1912, blz. 22, 32.

Sluiten