Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breiding zeer ijverig heeft beziggehouden. Sedert korten tijd is aan het lioht gebracht, dat hij in 1515, toen hij nog proost van St. Salvator te Utrecht en deken van Leuven was, eene aanstelling heeft ontvangen als oppercommissaris voor den aflaat, dien Karei V van paus Leo X verkregen had ten bate van het herstel der Nederlandsche dijken, voor een tijdperk van drie jaren J). Den tekst van dezen „dijk-aflaat" heeft dr. G. Brom medegedeeld2). De beteekenis daarvan schatte men niet gering. Immers gedurende zijne verbreiding was die van alle andere in de Nederlanden verboden; zelfs werd het aanbieden van den aflaat voor de St. Pieter te "Rome in deze gewesten zoo lang opgeschort. Karei V en de paus gingen hierin samen, omdat hunne belangen ook samenvielen. De paus toch verkreeg een derde deel van de opbrengst, terwijl al het overige in de schatkist van den heer der Nederlanden vloeide 3).

De lastgevingen nu waarmede Adriaan van Utrecht de commissarissen en ondercommissarissen voor de verbreiding van dezen ,dijk-aflaat" uitzond, zijn in de „Instructio" samengevat. Zij mag uiterst leerzaam heeten. Het valt echter moeilijk dit in alle bijzonderheden in het licht te stellen, daar haast iedere regel iets merkwaardigs bevat. Ik wil daarom slechts enkele punten aanstippen, de verdere bestudeering van den tekst overlatende aan hen die in deze stof dieper wenschen door te dringen. Tegen de mededinging van andere aflaten wordt nadrukkelijk gewaarschuwd — men begrijpt met welk doel. De commissarissen moeten, waar zij komen, aan het volk uiteenzetten, dat de kracht van alle overige aflaten, voorzoover het gebied van den landsvorst en de hierin gelegen

van P. A. Tiele aangeteekend: „Antwerpen, Michael van Hoochstraten, c. 1520". Waarop dit berust is mij onbekend. Men zal eerder aan het j. 1515 hebben te denken.

1) A. Eekhof, De questierders van den aflaat, blz. 27 vv.; G. Brom, De dijkaflaat voor Karei V in 1515—1518, in de Bijdragen en mededeelingen van het Historisch genootschap te Utrecht, Amst. 1911, Dl. XXXII, blz. 407—459.

2) G. Brom, t.a. p., blz. 424—441.

3) Leo X schonk in 1515 aan Karei V daarenboven een tiende deel van alle kerkelijke inkomsten, gedurende een vol jaar, eveneens voor onderhoud en herstel der dijken. Aan den paus werd de helft der opbrengst voorbehouden. Door deze tiendheffing nu en den dijk-aflaat te zamen heeft Leo X van 30 Oct. 1515 tot 15 Juni 1518 in het geheel ontvangen: 53.445 dukaten. Voor Karei V bleven ongeveer 75.000 dukaten over. Zie by G. Brom, t. a. p., blz. 421 ▼.

Sluiten