Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derhand heeft het eene plaats ontvangen in het „Enchiridion" ').

Volgens Nic. Blesdikius waren Obbe en Dirk Philipsz met Menno Simons tegen de oproerige elementen in de Doopersche beweging machteloos, zoolang het rijk te Munster staande bleef2). Verder schrijft hij, „dat zij vooral in twee hoofdpunten van de Wederdoopers verschilden. Vooreerst, in de bepaling, wat en hoedanig het rijk van Christus is, en op welke wijze dat rijk moet worden ingericht. (De Wederdoopers wilden een wereldsch koninkrijk en door geweld van wapenen, de Doopsgezinden het tegendeel.) Voorts, in de bepaling over het huwelijk en de veelheid van vrouwen, door de Munsterschen en Batenburgers begeerd, maar door de Doopsgezinden verworpen" 3). De voorstelling, dat de drie genoemde mannen aanvankelijk machteloos waren, wordt zjjdelings bevestigd door een anderen auteur, die verzekert, dat zij eerst na den val van Munster een aanhang hebben kunnen verwerven 4).

pheten, ende Psalmen. // — Zonder opgave van drukker, plaats of jaar. Letter: gothiek. Formaat: in-8". Aantal bladen: 39, ongenummerd. Aantal regels per bladzijde : 30. Signatuur: A ij E v. Hoogte: 13.3 c.M.; breedte: 8.5 c.M. —Achter dit werk volgt, met doorloopende signatuur, een ander van denzelfden schrijver: Van die Ohemtynte Gods (zie beneden). Dit laatste is vervaardigd na dat Van de Sendinghe der Predicanten (quat. H, fol. 1 r; in het Enchiridion, fol. 263r), verschenen in 1559. De boven beschreven uitgave van Üe geestelijckc Restitution moet dus in 1559 of later eerst het licht gezieu hebben. Vergel. beneden, blz. 33, aant. 4. s-

1) De martelaar Jan Geertsz, in het j. 1564 levend verbrand, was in het bezit van dit boekje. Zie deze Bibliotheca, Dl. 11, blz. 407 v.

2) N. Blesdikius, Historia Davidis Georgii, Daventriae, 164'2, p. 6: quibus(scil. Ubboni et Theodorico Philippi) tandem acceasit Menno Simonis ... sed hisuishisce de Monasteriensium negocio querelis adeo nihil effecerunt quamdiu Monastcriensium res essent salvae, vt multorum in se odia concitarent et pro Regni Christi hostibus haberentur è plerisque. Bij Blaupot ten Cate, Geschiedenis der Doopsgezinden in Holland, Dl. I, blz. 93.

3) N. Blesdikius, Historia Davidis Georgii, p. 8: Vbbitae, qui Mennonitae hodie vocantur, docebant, nullum alium Regni Christi statum in hisce terris esse expectandum, quam qui hodie in omnium conspectu versaretur, obnoxium videlicet persecutioni.

4) J. H. Ottius, Annales Anabaptistici, p. 84: Et cüm circa an. 15:(6. Ubbo et Theodoricus Philippi, fratres. saccrdotis Leovardiani filii, decessione ab HofTmannicis, a quibus tarnen in principio anni 15'J4. episcopi essent creati, tuin Monasteriensium reliquiis, quorum institutum semper improbassent, facta, novum coetuin vel factionem constituere aggrederentur, Menno ab iisdem persuasus sacerdotio papistico resignato, passus est se hujus novae factionis Episcopum creari.

Sluiten