Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwige generatie van den Zoon, dat nl. „Christus waarachtig God is van eeuwigheid, en vóór het begin der wereld van den Vader geboren" '). Ligt hierin opgesloten eene kleine terechtwijzing van Menno Simons, die ten opzichte van dit punt zichzelf niet is gelijk gebleven?2) Hoe dit zij, zoowel ten aanzien van de godmenschheid in het algemeen als van de eeuwige generatie van den Zoon in het bijzonder hangt Dirk Philipsz het rechtzinnige gevoelen aan. Doch in één belangrijk opzicht wijkt hij er van af. In strijd toch met de orthodoxe opvatting zoowel van de RoomscbKatholieke kerk als van de Duitsche en Zwitsersche Hervormers betoogt hij, dat Jezus Christus geen aardscli maar een hemelsch lichaam gedragen heeft, dat hij zijn vleesch niet heeft ontvangen van de maagd Maria 3). Aan deze leer wordt zelfs een groot aantal bladzijden gewijd. Nergens zoo duidelijk als bij Dirk Philipsz worden wij ingelicht omtrent de groote beteekenis die genoemde leer in Doopsgezinde kringen bezeten heeft. Waaraan ontleende zij die beteekenis ? Hieraan dat zij ten nauwste samenhing met de avondmaalsen met de verlossingsleer. De teekenen des Avondmaals worden zuiver geestelijk opgevat. „Christus spreekt in Johannes van het eten van zijn vleesch en het drinken van zijn bloed. Zoo staat ons te bezien en te bedenken, hoe dat vleesch van Christus gegeten en zijn bloed gedronken zal en moet worden. Dit geschiedt hierdoor, dat wij Gods woord met een rein hart en een waarachtig geloof aannemen en bewaren. Waarom eten wij het lichaam van Christus en drinken wij zijn bloed? Daarom, omdat Gods woord vleesch is geworden, en alzoo het woord Gods en het vleesch van Christus één zijn; gelijk Christus zelf betuigt met de woorden: ik ben het levende brood, die van den hemel gekomen ben; en het brood dat ik u geven zal dat is mijn vleesch, hetwelk ik geven zal voor het leven der wereld. — Alleen op deze wijze komt de ware geestelijke gemeenschap van den geloovige met Christus tot stand". „Hij is een rechtgeloovig Christen, die Christus naar den

1) D. P., Van de menschtcerdinghe, quat. A, bl. 4 r; in het Enchiridion, ful. 06 <; hierachter, blz. 139.

2) Zie over dit verschil van Meniio met zichzelf en inet Dirk Philipsz: Uuy de lires, La ricine, source et fondement des Anubaptistes, chez Pierre de S. André, 1595, p. HU —152, en deze Bibliotheca, Dl. Vill, blz. 487 v.

3ï li p.j Tr„,. Je mmscnwercttng hé, quat. A, bl. 4 v, 5 r; in het Enchiridion, fol, ü6"; hierachter, blz. 139 v.

Sluiten