Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Alwat in de Wet figuurlijk beschreven stond en bezwaarlijk was voor de conscientiën, met zoovele uitwendige ceremoniën aan bestemde dagen, tijden en plaatsen gebonden, dat heeft de geest van Christus opgelost en ontbonden; hij heeft alle vromen door het geloof daarvan bevrijd" ')• „Wat heeft schooner schijn", vraagt de schrijver, „dan de Satan in alle geveinsde en geestelooze werkheiligen, die door hun eigen werken en inzettingen de gerechtigheid zoeken, en zich met woorden en gelaat, met veel ceremoniën

en kerkenpracht zoo heerlijk voordoen? 2).

Reeds vernamen wij, dat de Roomsch-Katholieke kerk vereenzelvigd wordt met „de wereld". Dit is doorloopend het geval 3). Tot haar terug te keeren is „de Babylonische hoer en de wereld weder aan te hangen"4). In ruimeren zin moet hij het woord „wereld" bezigen, waar hij zegt, dat volgens hare meening Christus zijn lichaam aan Maria heeft ontleend®). Dit toch geldt ook van de Protestanten. In denzelfden zin moet hij worden verstaan, waar hij verzekert, dat door de wereld van hem en de zijnen kwaad wordt gesproken en dat zij door de geleerden zwaar beschuldigd worden 8). Daarentegen spreekt hij uitsluitend van de Roomsch-Katholieke kerk, als hij verklaart: „wij hebben ons van haar afgescheiden 7), en den staf breekt over degenen die tegen beter weten in met haar mededoen8). De gronden waarmede zij zich verdedigen verwerpt hij 9). Ilen die tot den afval aansporen brandmerkt hij als verleiders '»), waarbij hij kan gedacht hebben aan personen als Vossenhole, dien wij vroeger hebben leeren kennen ")• De biecht 12) en de beeldendienst") worden door hem bestreden. Hij deinst er met voor terug te eischen dat het huwelijk met een Roomsche zal verbroken

1) Enehiridion, fol. 111hierachter, blz. 197.

2) AU., fol. 118 r (veryel. fol. 169 ' en v); hierachter, blz. 207, 273.

3) Aid., fol. 106 v, 110 r, 114 r, 265» ; hierachter, blz. 191, 195, 200.

4) Aid., lol. 106 >■; hierachter, blz. 191.

5) Aid., fol. 66»; hierachter, blz. 140.

6) Aid., fol. 98 r; hierachter, blz. 181.

7) Aid., fol. 118 i-, 115»; hierachter, blz. 181, 203.

8) Aid. lol. 105»; hierachter, blz. 190.

9ï Aid. fol. 110 r, 110 v, 111 r en 113'; hierachter, blz. 196, 197, 200.

10) Aid., fol. 111 115 r; hierachter, blz. 1UÏ, 202 v.

11) Deze Bibliotheca, Dl. VIII, hlz. 265, 268-272, 376-379.

12) Enehiridion, fol. 268 >.

13) Aid., fol. 274'.

Sluiten