Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn kant velt hij een ongunstig oordeel over de Proteatantsche voorgangers1). „Zij zijn rijk en „geweldig" " 2). „Wel spreken zij schoon van de Schrift en het geloof, maar in den grond zijn zij ongeloovig" 3).

Toch bestond er tusschen beide partijen geen verschil ten opzichte van de grondwaarheid van het Protestantisme: de leer van de behoudenis door het geloof alleen. Dat de Doopsgezinden de zaligheid door de werken trachten te verkrijgen, wordt gebrandmerkt als laster. Zaligheid alleen door het geloof4); redding alleen door Christus' bloed 5); behoudenis alleen te verwachten van de verdiensten van Christus B) of van de eenige offerande van Christus 7), — ziedaar wat zij leeren. Zij nemen eene tegenstelling aan tusschen rede en" geloof0). Het geloof is volgens hen eene werking Gods in den mensch; het maakt hem geschikt tot alle goede werken 9). Liefelijk is Dirk Philipsz' beschrijving van de broederliefde als een teeken van het ware geloof 10). En schoon is zijne leer van de wedergeboorte "). Opmerkelijk is zijn betoog dat men ter eene zijde moet vasthouden aan Doop en Avondmaal, maar ter andere zijde tevens aan de leer der zaligheid door het geloof ,2). Hierin ontvangt het sterke spiritualisme van den schrijver meteen een correctief.

Het kan echter niet geloochend worden, dat in des schrijvers geestesrichting een zeker moralisme of beter gezegd legalisme overheerscht13). Volgens hem zijn wet en evangelie naar den geest één u). Eerst moet men volgens hem de wet prediken, dan het evangelie l5). Hij laakt de valsche leeraars, die niets dan genade

1) Enchiridion, lol. 127', 13-2 r; hierachter, blz. '218, 224.

2) Aid., fol. 132 r; hierachter, blz. 224.

3) Aid., fol. 171 hierachter, blz. 275.

4) Aid., fol. 2', 183v; hierachter, blz. 58, 292.

5) Aid., fol. 45 v, 55 r, 87'; hierachter, blz. 112, 124, 167.

li) Aid., fol. 168 hierachter, blz. '272 ; fol. 260'.

7) Aid., fol. 178 179', 193 r; hierachter, blz. 286, -287, 303.

8) Aid., fol. 84 r; hierachter, blz. 163.

9) Aid., fol. 8 >'; hierachter, blz. 66.

10) Aid., fol. 26» >.

11) Aid., fol. 201 <•, 204 v; hierachter, blz. 315 v, 319.

1-2) Aid., fol. 213»'; hierachter, blz. 330, (vergel. fol. 265 r).

13) Aid., lol. 101 r en ', 141 163167 r en *, 179 »; hierachter, blz. 185, 23r-, 263 v., 270 v., 287.

4 *\ jjj 177 r j hierachter, M' 28."».

15) Aid., fol. 126'; hierachter, blz. 217.

Sluiten