Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ende in somma een wtuercoren instrument oft werctuych Gods geworden was, soo liet hy hem doopen, ende aenriep den name des Heeren.

"Wt dit altemael ist nv openbaer, hoe dat de Apostolen eerst de Marc.l6.b.l5. lieden geleert ende dat Euangelium gepredict hebben. Maer wie dat hem beterde, ende den Euangelio gheloofde, den selfden hebben sy op de bekentenisse zijns gheloofs gedoopt. Daerom so ist Fol. 13'. onwtsprekelijc, beyde nae //' der ordeninge ende insettinghe des Heeren, ende na dat gebruyck der Apostolen, dat de leere des Euangeliums voor de Doope moet gaen: Want wt de leere coemt de boete ende het gelooue. Maer dat rechte boetueerdige gelooue, moet met de Christelijcke Doope bekent *), bewesen, ende (also te spreken) besegeit worden. Maer na de Christelijcke Doope moet een stadige, goede, ende Godsalige wandel volgen. Dat is de rechte ordeninghe des Heeren Iesu Christi, ende gebruyck der Apostolen.

Hier en bouen so wort dit alle vander Doope voorgemelt met de spruecken endo Schriften der Apostolen crachtelijck beweert2) ende beuesticht. Want ten eersten schrijft Paulus totten Romeynen Rom.6.a.3. also: a En weet ghy niet, dat wy, die in Christum Iesum gedoopt zjjn, dat wy in zijnen doot gedoopt zijn? so zijn wy dan ooc begrauen met hem door dat doopsel inden doot, op dat, gelijc als Christus is opgewect vanden dooden, door de heerlicheyt zijns Vaders, also sullen wy ooc in een nieuheyt des leuens wandelen. Ende ist dat wy nv met hem geplant worden tot gelijcker doot, so sullen wy oock der verrijsenisse deelachtich zijn, daer by weten wy, dat onse oude mensche met hem gecruyst is, op dat dat sondige lichaem op houdo, dat wy nv voortaen der sonden niet meer en dienen. Want wie gestoruen is, die is gerechtueerdicht vander sonde. Collos. 2.b.l2 Met dese woorden geeft ons de Apostel te kennen, wat de Christelijcke Doope den geloouigen bediet, te weten, de afsteruinge des vleeschs oft doodinge des ouden Adams, begrauinge der sonden, de Fol. 13 \ aflegginghe des sondigen lichaems, ende een // opstandinge tot een nieu leuen: Ende dat wt sulcken oorsake ende met sulcken bescheyt, Rom. 4. d. 25. dat nademael b Christus om onser sonden wille gestoruen, begrauen, ende om onser gerechticheyt wille vanden dooden op gestaen is, ende wy eerst doort gelooue hem ingelijft, ende also zijns doots, zijnder gherechticheyt, heylicheyt, ia al wat zijns is deelachtich worden, ende in deser zijnder gemeynschap, tot welcke wy wt genade van Godt beroepen zijn, in ende door de Doope beuesticht worden, daerom so moeten wy ooc om zynent wiiie de sonueu

1) Bekent, d.i. beleden.

2) Beweert, d.i. waar gemaakt (bewahrt).

Sluiten