Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door welcken hy ons aengenaem gemaect heeft inden beminden.

In dese woorden hooren wy hoe heylich ende onstraffelijc dat de kinderen Gods moeten zijn, Daerom seyt ooc de Heere tot zijnen Lenit. 19.a.2. discipulen: a Ghy sult heylich wesen, want ic de Heere ben heylich. ï.Fetr. I.c.16. Ende // Christus seyt tot zijnen discipulen: b Ghy sult volcomen FoL 218r. wesen, gelijc uwen Yader volcomen is. Ende Ioannes seyt: c Een Math.5.c.48. yegelijck die wt God geboren is, die en sondicht niet, want zijn l.Ioan.3. b.9. zaet (wt welckeu hy geboren, ende also des aerts ende natueren des heyligen zaets deelachtich geworden is na den woorde Christi,

namelijc: d wat wt den geest geboren is dat is geest) blijft in hem, Ioan. 3. b. 6. ende hy en can niet sondigen, want hy is wt God geboren. Ende noch eens: e Wy weten, so wie wt God geboren is, die en sondicht l.Ioan.5.e,18 niet, maer die wt Godt geboren is, die bewaert hemseluen, ende de boose en sal hem niet aentasten.

Nochtans so moet dit met alle bescheydenheyt verstaen worden:

Want dat de Christenen heylich souden zijn, gelijc als God heylich is, ende volcomen, gelijc als de Vader in den hemel volcomen is,

dat en machmen alsoo niet verstaen, als dat de Christenen nv so heylich connen of mogen worden, oft ooc zijn in deser tijt, gelijck God is, maer dat sy met gheheelder neersticheyt na de heylicheyt sullen staen ghelijck als Paulus de Apostel gedaen heeft: Want hy seyt, f dat hy ganschelijck daer na gestaen heeft, om te bekennen Philipp. 3. b. Christum Iesum, ende de cracht zijnder verrijsenissen, ende de 10ghemeynschap zijns lijdens, dat hy zijnen doot gelijckformich mochte worden, oft hy ooc de opstandinge vanden dooden ontmoeten mochte:

niet dat ickt airede ontfanghen hebbe (spreect hy) oft nv volcomen ben, maer ic iage daer na, oft ic dat selue grijpen mochte, daer in ick begrepen ') ben van Christo Iesu: Mijn broeders, ick en achte my seluen noch niet, als dat iet begrepen hebbe, // maer een2) t'o!. 218 segge ick: Ic vergete wat voorby is, ende strecke my tot het gene dat tegenwoordich is, ende iage na de voorgestelde mate, na den prijs, die daer voorhout de beroepinghe Godts van bouen neder in Christo Iesu: Also moeten ooc alle Christenen doen, met Paulo daer na iaghen, om Christum te leeren kennen, om hem te begrijpen,

ende om hem gelijcformich te worden, oock moeten sy daer beneuens metten Apostel bekennen ende weten, dat zijt noch niet gegrepen en hebben, noch ooc niet volcomen en zijn.

Item dat Ioannes seyt, £ dat een yegelijc die wt Godt geboren 1. Ioan. 3. b.9. is, niet en sondicht, noch sondigen en can, dat en moet niet alsoo verstaen worden, als dat de Christenen geheelijck geen sonde en

1) Begrepen, d.i. omvat, vastgegrepen.

2) Een, nl. één ding. — In de uitgave van 1578 dezelfde lezing als hier.

Sluiten