Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertoogen of interventie ; terwijl verder de regeling van alle andere vragen betreffende de positie of de rechten van de Uitlanders-bevolking onder de genoemde Conventie overgedragen is aan de Regeering en de Volksvertegenwoordiging van de Zuid-Afrikaansche Republiek. Onder de vraagstukken wier regeling uitsluitend valt onder de bevoegdheid van de Regeering en den Volksraad behooren ook die van het stemrecht en de vertegenwoordiging in deze Republiek. Ofschoon derhalve liet uitsluitend recht van dat stemrecht en die vertegenwoordiging onbetwistbaar is, heeft onze Regeering toch goedgevonden op vriendschappelijke wijze over het stemrecht en de vertegenwoordiging met Harer Majesteits Regeering te beraadslagen, zonder evenwel eenig recht daartoe van de zijde van Harer Majesteits Regecring te erkennen. Onze Regeering heeft ook, bij de samenstelling van de bestaande Stemrecht-wet en het Besluit betreffende de vertegenwoordiging, voortdurend deze vriendschappelijke beraadslagingen voor oogen gehouden. Van de zijde van Harer Majesteits Regeering echter heeft de vriendschappelijke aard van deze beraadslagingen plaats gemaakt voor een meer en meer dreigenden toon ; en de gemoederen van het volk van deze Republiek en van geheel Zuid-Afrika zijn in beroering gebracht, en een toestand van buitengewone spanning is geschapen, waar Harer Majesteits Regecring zich niet langer wilde neerleggen bij de Wetgeving betreffende het stemrecht en het Besluit betreffende de vertegenwoordiging in deze Republiek, en ten slotte, in Uw nota van den 25sten September 1899, alle vriendschappelijke gedachtenwisseling over dit onderwerp afbrak, te kennen gevende dat zij er nu toe moest overgaan haar eigen voorstellen voor een afdoende regeling te formuleeren. Onze Regeering kan in genoemde kennisgeving van Harer Majesteits Regeering niets anders zien dan een nieuwe schending van de Londensche Conventie van 1884, welke aan Harer Majesteits Regecring niet het recht voorbehoudt tot een eenzijdige regeling van een vraagstuk, dat uitsluitend tot de binnenlandsche zaken van onze Regeering behoort en reeds door haar geregeld is.

Op grond van den gespannen toestand en het daaruit voortvloeiend belangrijk verlies voor en de onderbreking van zaken in 't algemeen, welke veroorzaakt werden door de briefwisseling over het stemrecht en de vertegenwoordiging in deze Republiek, heeft Harer Majesteits Regpering onlangs aangedrongen op een spoedige

Sluiten