is toegevoegd aan uw favorieten.

De strijd tusschen Boer en Brit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan te dringen op een onmiddellijke beëindiging van dezen staat van zaken, en aan aan Harer Majesteits Regeering te vragen, haar de verzekering te geven:

(a) Dat alle punten van onderling verschil geregeld zullen worden langs den vriendschappelijken weg van scheidsgerecht, of welke andere vriendschappelijke weg overeengekomen mag worden door onze Regeering en die van Hare Majesteit.

(b) Dat de troepen op de grenzen van de Republiek onmiddellijk zullen worden teruggetrokken.

(c) Dat alle troepen-versterkingen, welke na den isfc® Juni 1899 in Zuid-Afrika zijn aangekomen, binnen een passenden tijd, met onze Regeering overeen te komen, zullen worden verwijderd, met wederkeerige verzekering en waarborg van de zijde onzer Regeering, dat geen aanval op of vijandelijkheden tegen eenig deel der bezittingen van de Britsche Regeering door de Republiek zullen worden ondernomen, gedurende de verdere onderhandelingen binnen een later door de Regeeringen overeen te komen tijdperk. Onze Regeering zal in overeenstemming daarmede bereid zijn de gewapende Burgers van de Republiek van de grenzen terug te trekken.

(d) Dat Harer Majesteits troepen, welke nu in volle zee zijn, in geen enkele haven van Zuid-Afrika zullen worden aan land gezet.

Onze Regeering moet aandringen op een onmiddellijk en toestemmend antwoord op deze vier vragen, en verzoekt Harer Majesteits Regeering dringend, een antwoord in dien geest te geven vóór of op W oensdag 11 October 1899, vóór 5 uur 's namiddags. Zij wenscht hier verder bij te voegen, dat in geval, tegen haar verwachting, binnen dien termijn geen bevredigend antwoord door haar ontvangen wordt, zij tot haar diep leedwezen verplicht zal wezen de handelingen van de Regeering van Hare Majesteit te beschouwen als een formeele oorlogsverklaring, voor de gevolgen waarvan zij zich niet verantwoordelijk zal beschouwen, en dat, in geval verdere troepenbewegingen binnen genoemden tijd plaats hebben in de richting van onze grenzen, onze Regeering gedwongen zal zijn óók dat als een formeele oorlogsverklaring te beschouwen.

Ik heb de eer te zijn enz., F. W. REITZ.

Staatssecretaris.