Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Notulen van de vergadering van speciale Volksvertegenwoordigers te Vereeniging, Zuid-Afrikaansche Republiek, op den 15den Mei 1900 en volgende dagen.

Vooraf komen de twee Regeeringen bijeen te half-twaalf ure.

Tegenwoordig zijn:

Voor de Zuid-Afrikaansche Republiek: Wd. President S. W. Burger, F. W. Reitz, Com. Gen. L. Botha, de heeren J. C. Krogh, L. J. Meyer en Wd. Staatsprocureur L. J. Jacobsz.

Voor den Oranje V r ij staat: Staatspresident M. T. Steyn, Rechter J. B. M. Hertzog, Wd. Staatssecretaris W. J. C. Brebner, Hoofdcom. C. R. de Wet en de heer C. H. Olivier.

Het eerste dat gesproken wordt is de vorm van den eed, die door de afgevaardigden zal moeten afgelegd worden, en men besluit dat die zijn zal als volgt:

Eed van speciale afgevaardigden.

Wij, ondergieteekenden, zweren plechtiglijk, dat wij, als speciale Volksvertegenwoordigers, ons Volk en Land en Regeering getrouw zullen zijn en dienen, en onze plichten naarstiglijk zullen betrachten, met de noodige geheimhouding daaraan verbonden, alles zooals betaamt getrouwe burgers en vertegenwoordigers van het volk.

Zoo waarlijk helpe ons God Almachtig!

De vraagi wordt nu besproken, of de volksvertegenwoordigers het recht hebben om, naar bevind van zaken, te besluiten over de Onafhankelijkheid, afgezien van de bepaalde opdracht van het volk op de vergaderingen. Op de vergaderingen door sommigen der Hoofd-

26 •

Sluiten