Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor geheel Transvaal en den Oranje Vrijstaat, maar de Engelschen zijn begonnen de mielies op te koopen tegen 10 sh. per zak.

Generaal Muller (Boksburg) doet verslag, dat in zijne afdeeling de burgers nooit honger geleden hebben. Hij kan nog een paar maanden uithouden, door van vele Kaffers voedsel te krijgen. De Kaffers zijn wel soms opstandig, maar dit baart geene bezorgdheid. Hij denkt, dat hij het nog tot het einde des winters kan uithouden.

Generaal Froneman (Ladybrand) zegt, dat hij niet klagen kan, wat betreft den toestand in zijne afdeelingen, namelijk, Winburg en Ladybrand. Er zijn nog 80 huisgezinnen, maar men heeft

genoeg om in de behoefte van allen voorziening te maken. De Kaffers zijn vreedzaam en welgezind. Zij doen den burgers groote diensten door voor hen in Basutoland kleederen te koopen. Hij ziet kans om nog ruim één jaar aan te houden.

Ge ne raai Hattingh (Kroonstad ) spreekt over één gedeelte van Kroonstad. Er zijn nog volop schapen en runderen. Gezaaide is er voor een jaar. Een ander gedeelte van Kroonstad is uitgeput, maar daar wordt men uit Bethlehem voorzien.

Generaal Badenhorst (Boshoff) zegt, dat hij over de districten Boshoff, gedeelte van Winburg en Bloemfontein, west van den spoorweg, spreken kan. Er is genoeg vee. Als zijn commando's daaruit leven moesten, dan kan men nog jaren aanhouden. Hij heeft onlangs 1500 beesten buitgemaakt. Hij kan andere districten helpen. Graan is niet zoo volop als in het vorige jaar, maar men kan nog zooveel winnen, dat men zelf andere helpen kan.

Generaal Nieuwouwdt (Fauresmith) deelt mede, dat zijne afdeeling, Fauresmith, geheel verwoest is. In de laatste zeven maanden had men niets en toch leefde men. Wanneer men niets heeft, komt men toch ook klaar. Men heeft nog heelwat koren, voor nog één jaar genoeg. Er zijn drie vrouwen in zijne afdeeling.

Generaal Prinsloo (Bethlehem) verklaart, dat hij zondigen zou, indien hij zou zeggen, dat er geen kost in zijne afdeeling is. De vijand is, vooral in den laatsten tijd, keer op keer in zijne districten ingedrongen. Er is slachtvee en koren en men kon andere districten helpen. De blokhuizen zijn een groote hinder. Eén van zijne commandanten heeft een groote voorraad mielies (130 zakken) in den grond begraven gevonden.

Sluiten