Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeling werkzaam in Griqualand West, onder Generaal de Villiers, en eene in Bechuanaland onder Commandant van der Merwe. Zij tellen 700 man.

Overgaande tot de algemeene vraag: Welke hulp kunnen wij van de Kaap Kolonie verwachten? zegt Gen. Smuts, dat er geen algemeene opstand zal zijn. De rapporten, welke dit als mogelijk voorstelden waren overdreven. Er zijn te groote moeilijkheden in den weg om een algemeenen opstand mogelijk te maken. Ten e e r s t e is het de paarden-kwestie. In de Kaap Kolonie is het gebrek aan paarden even groot als, misschien nog grooter dan in de Republieken. Ten tweede is het ontzettend zwaar voor een Kolonist om op te staan, als hij er aan denkt, dat hij niet alleen een \ oetganger zal moeten zijn, maar dat hij ook als hij gevangen wordt, een zware straf zal moeten ondergaan. Verder is de schaarschte van gras iets dat zeer tegenwerkt. Men moet in de Kaap Kolonie de paarden voeren, en dit is bijna onmogelijk, daar de Engelschen het zaaien verboden hebben. Men had wel een contra-proclamatie uitgevaardigd, maar dat had niet geholpen. Hij is

van gevoelen, dat de kleine commandos hun best hadden gedaan. _ ö

De vraag rees nu op, of commando's uit de Republieken naar de K. Kolonie konden gaan? Is aldaar opening voor hen? Ja, er is opening, maar de moeilijkheid is, hoe men daar komen zal?

Dit een en ander heeft hem tot de gevolgtrekking gebracht, dat er in de K. Kolonie geen algemeene opstand zijn kan. Wat het voortzetten van den oorlog en wat dies meer zij betreft, dat zal meer van de Republieken dan van de Kaap Kolonie afhangen.

De vergadering werd verdaagd tot 8 uur 's avonds.

Op den bepaalden tijd komt men weêr bijeen.

Com. Lijs, (Pretoria, Noord) zegt, dat in het district Pretoria, ten Noorden van den Delagoabaai spoorweg, er nog vee voor een geruimen tijd is. Graan echter was er niet genoeg voor een halve maand. De Kaffers, behalve die onder Matello, waren vijandig. Er waren niet voldoende paarden voor de Commando's, want men telde 153 ruiters en 128 voetgangers. In de afdeeling, Onderwijk Middelburg, waren er 26 ruiters en 38 voetgangers.

Com di Grobler (Bethal) verhaalt hoe men, in zijn district, den geheelen zomer geen rust heeft gehad. Hij moest onlangs door

Sluiten