Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereden manschappen te redden, maar niet de vrouwen en kinderen; en het is de vraag of al de ruiters hem zullen volgen. De zaak is gewichtig, ^et rust niet meer op de Regeeringen, maar wel op de afgevaardigden om daarover te besassen. Nog nooit heeft hij een dag als deze beleefd, waarop hij tot zulk een groote taak geroepen wordt. Het is de tijd niet om te critiseeren. Men moet elkaar verdragen, niet verdenken. De Bijbel is aangehaald; maar, als men dit doet, dan moest men ook denken aan dien tekst, waarin gesproken wordt van den koning, die berekent of hij machtig is met 10,000 te ontmoeten dengene, die met 20,000 tegen hem komt. Ook is het de vraa2\ wat met onze weduwen en weezen moet gedaan worden. Wat zal van hen worden, als wij tot geenie termen komen, en aldus hunne natuurlijke beschermers niet meer blijven? Ach! wij moeten toch onze oogen opendoen en zien, dat Gods hand' tegen ons is uitgestrekt, en wij moeten niet verder voortgaan weduwen en weezen te maken.

Een brief van Generaal Malan, uit de Kaapkolonie, wordt nu gelezen, en ook een van Generaal Kritzinger. Generaal Malan doet verslag vani zijne werkzaamheden, en Generaal Kritzinger geeft den

raad, dat men den oorlog moet staken.

Hierna neemt Generaal du Toit het woord, en zegt, dat de zaak zoo gewichtvol is, dat men bijna niet weet hoe er over te spreken. Wij moeten elkander verdragen. Wij zijn hier als verantwoordelijke personen. Hij vertegenwoordigt een deel van het volk, dat zwaar geleden heeft, en het werd hem opgedragen de onafhankelijkheid te behouden, maar, indien dat niet kan geschieden, dan moet hij doen wat hij kan. De toestand in zijne afdeeling is wel met zoo slecht, dat men verplicht is op te geven, maar hij moet ook den toestand in andere districten in aanmerking nemen. Wij moeten ons wachten voor verdeeldheid. Wat hij wil zeggen is dit: Indien wij den oorlog niet kunnen voortzetten, dan moeten wij zien wat wij krijgen kunnen. Daarom is het vooral noodig, dat er onder ons creene verdeeldheid kome. Wij moeten bij elkander staan. Wat hemzelve betreft, hij zal met de vergadering samengaan, indien zij zou besluiten den oorlog voort te zetten, of een ander weg in te slaan Men moet toezien, dat de zaak niet afspringt.

Staatssecretaris Reitz neemt het woord en zegt, dat

men weet wat de Regeeringen gedaan hebben. De vraag is nu: Wat

Sluiten