is toegevoegd aan uw favorieten.

De strijd tusschen Boer en Brit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteld te kiezen'. Als men kiest zich onvoorwaardelijk over te geven, dan zal het noodlottig zijn. Men moet zich onvoorwaardelijk overgegeven hebben, toen het volk nog iets had om zich te redden. Of zegt men dat men met den oorlog moet voortgaan, dan zou men moeten vragen: „Wat worat er van mijn volk?" Met vechten voort te gaan zal treurig eindigen. Het einde zal zijn, dat men van hier gaat met het doel voort te vechten, maar men zal de wapens afleggen, en zoo zal de zaak tot een eerloos einde komen. Maar nu wil het Britsche Gouvernement waarborgen aan het volk geven en het helpen totdat het zichzelf zal kunnen helpen. Als men nu zegt: Gaat voort, dan kan hij en zijne generaals het doen, vooral als hij dacht aan wat hij nog laatst had uitgericht, maar hij wil dit niet doen. Behalve dat, wat hebben zijne slagen eigenlijk uitgericht? Sedert die slagen is al zijn vee door 40,000 beredene troepen weggenomen, en hij heeft sedert die slagen 300 man aan dooden, gewonden en krijgsgevangenen verloren. Men wijst op de deputatie, en zegt: velen vestigen hun hoop op haar. Wat heeft de deputatie een jaar geleden gezegd ? Zij zeide dat zij op ons voortvechten vertrouwde. Wij hebben voortgevochten en wat staat ons nu te doen? — Er zijn er die vaste opdrachten hebben, men diene er op te letten dat het volk dat de opdrachten deed, niet op de hoogte van zaken was. Het wist niet wat de toestand des lands was. Hij daagt ecnigen afgevaardigden uit om op een platform voor het volk met het Britsche Regeeringsvoorstel te gaan, en te zien of het volk zich onvoorwaardelijk zou overgeven. Maar als men dwingt om met den oorlog voort te gaan zal men het volk tot „handsuppen" drijven en een eerloos einde zal het gevolg zijn.

Landdr. Bosman (Wakkerstroom) is blijde dat Gen. De la Rey zoo rondborstig gesproken heeft. Het is de plicht van iedereen om zoo te spreken. Hij is tegen het voortzetten van den oorlog. Hij wijst er op dat, hoewel men zegt dat men in het geloof den oorlog begonnen heeft, het toch maar niet uitsluitend een geloofszaak is geweest. Men heeft toch op interventie gehoopt. Daarom is de deputatie naar Europa gezonden. Men heeft vroeger dikwijls gehoord, dat de deputatie goed werk deed. Een bewijs verder dat men op interventie gehoopt heeft is dat de burgers bij iedere vergadering aan de afgevaardigden den opdracht deden dat zij met de deputatie in communicatie moeten komen. Een verder bewijs, dat

31*