is toegevoegd aan uw favorieten.

De strijd tusschen Boer en Brit

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem heeft dit nooit opgang gemaakt. Hij wist wel dat er degenen in de kolonie waren die het wapen met ons tegen Engeland zouden opnemen. Hij wist hoe sterk men daar met ons sympathiseerde, maar hij wist ook altijd dat de omstandigheden in de kolonie zoodanig waren, dat de kolonisten ons niet meer zouden kunnen geholpen hebben, dan zij gedaan hebben. Neen! wij geloofden in God ; en als wij, een klein volk, door het geloof overwinnen, dan zullen wij niet het eenige kleine volk zijn dat dit gedaan heeft. Degenen die zeggen dat de strijd opgegeven moet worden willen van ons tastbare gronden hebben voor het voortzetten van den strijd. Maar waar had men dat in het begin? Is het nu duisterder geworden ? Integendeel. In de laatste twee en twintig maanden zijn er wonderen gebeurd. Gen. Botha had hem in dien tijd geschreven dat de schaarschheid van ammunitie bezorgdheid wekte. En, dit was zoo. De ammunitie voorraad was op den bodem. In dien tijd, als een burger tot hem kwam met een ledigen patroonband sidderde en beefde hij. Nu is hij, om een uitdrukking van Gen. Joubert te gebruiken, vervuld met b 1 ij d e schaamte, als hij denkt aan den voorraad dien hij heeft. Hij neemt het den broeders die naar gronden vragen niet kwalijk. Hij heeft daar gronden gegeven en het duizendste deel heeft hij niet genoemd. Hij kon nog dezen grond noemen: De vijand is toegenaderd. Er was een tijd dat Lord Salisbury zeide dat de Britsche Regecring met niets minder dan onvoorwaarde1 i| k e overgave zou tevreden zijn. Heden is het niet aizoo. Engeland onderhandelt met ons. Dus er is toenadering. En als de strijd nu voortgezet wordt, heeft hij geen vrees dat Engeland niet weer zal onderhandelen, ja, ook betere voorstellen doen, ja, zelfs in onze onafhankelijkheid toestemmen. Wil men meer gronden? Die vindt men als men nog eens in het verledene teruggaat. Men moet terugdenken aan den tijd toen de Transvaal met Engeland vocht. Wij waren toen nog meer onbekend met Engeland dan nu. De Transvaal had toen slechts dertien patronen voor eiken man. 1 oen waren er ook onstandvastigen — de zoogenaamde „loyalen." Toen was het ook een strijden in het geloof alleen, en wat was de uitslag? Men zal hem kunnen vragen, welken weg hij voor de families aanwijst. Deze was ecne moeilijke zaak, zekerlijk ; maar ook hier is het ecne geloofszaak. En wat betreft één middel dat in dit geval aangepakt kan worden, zal hij willen aan de hand geven, dat er gedeelten van