is toegevoegd aan uw favorieten.

Lief en leed in dienst der christelijke barmhartigheid, 1882-1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3 Mei 1882 werd de eerste patiënte opgenomen, die nu nog in de Inrichting wordt verpleegd.

Nauwelijks was het bekend geworden, dat ons vaderland een gelegenheid had tot verpleging van toevallijderessen, of daar kwamen de aanvragen tot opname van alle kanten. Binnen een half jaar was het eerste »Zoar« geheel »vol« met acht, ze88e acht lijderessen. Het grootste aantal aldaar verpleegd, bedroeg nooit meer dan elf.

Alleen in 1882 moesten 45 aanvragen om opname van patienten worden afgewezen uit plaatsgebrek.

Wekelijks werd er godsdienstonderricht gegeven, en zoo mogelijk ook »kerk« gehouden, door een der Haarlemsche predikanten.

De verpleging geschiedde door of onder toezicht van Freule Teding van Berkhout, bijgestaan door zusters uit de Ziekenverpleging op de Nieuwe Gracht, zeven jaar tevoren reeds gesticht. Uit deze Ziekenverpleging is het Haarlemsche Diakonessenhuis gegroeid, ook gesticht op aandringen en met behulp van genoemde Jonkvrouwe.

De eerste zusters werden tot hare opleiding naar Bielefeld (Duitschland) gezonden, waar men al sedert jaren lijders aan vallende ziekte verpleegde. Eén zuster uit Bielefeld kwam eenigen tijd hier om het werk op gang te helpen. Want allerlei onvoorziene moeielijkheden deden zich natuurlijk voor, gelijk bij alles wat nieuw aangevat wordt en geleerd moet worden.

Men zuchtte het eerste jaar reeds over plaatsgebrek en dacht al dadelijk aan uitbreiding. Een terrein werd gekocht, het bestek voor een geheel nieuw huis werd gemaakt; weldra had de aanbesteding plaats en verrees het eerste huis in Nederland voor de verpleging van epileptici. Dat huis werd »Bethesda« (huis van barmhartigheid) genoemd, oorspronkelijk bestemd tot huisvesting van 15 vrouwelijke en 15 jonge mannelijke patienten. Later werd het uitsluitend voor vrouwelijke patienten gebezigd.

»Bethesda« werd geopend den 2den Mei 1884, een zeer belangrijke feestdag in de geschiedenis der Vereeniging, en nog altijd dankt men de toenmalige Bestuurders voor het voorbeeld.