is toegevoegd aan uw favorieten.

Lief en leed in dienst der christelijke barmhartigheid, 1882-1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonderenswaardige ylugheid; alles wat maar eenigzins er voor dienen kan, wordt van zolder en bergplaats gehaald, zoodat na een kort tijdsverloop de opzet voltooid is en een goede schouwplaats voor de gasten verzekerd. Aan het einde der lindelaan is voor die gelegenheid een tentje luchtig in elkander gezet, het heeft den vorm van een kraampje, zooals men op jaarmarkten ziet, en het is dan ook niets meer en niets minder dan een oliebollenkraam, waar des middags de keukenmoeder met eenige broeders, onder het pseudoniem van »den weduwen van Pummelen en Zoonnen«, oliebollen en limonade zal uitreiken aan hen, die door de beweging in de buitenlucht en door de blijdschap, hongerig en dorstig geworden zijn. Dat traditioneele oliebollententje met zijn tijdelijke bewoners, maar meer nog dat kostelijk gebak, ze zijn zoo populair onder de kranken.

De tuinbroeder, met een troepje patienten, die gaarne om te helpen een deel van hun nachtrust hebben willen geven, schikken planten en bloemen tot een smaakvol geheel en maken daardoor het vriendelijke Irene tot een feestzaal bij uitnemendheid. Vlaggen worden aan de stokken bevestigd en uit de bovenverdieping der gebouwen gestoken, wimpels rimpelen in dartelen overmoed van links naar rechts, de laatste hand wordt gelegd aan de draperieën, in lossen wrong om paal en stut geslingerd, en als de morgenbei van zes uur de nog slapenden wakker roept en deze door de vensters naar buiten zien, dan schijnt het hun toe dat in den nacht kabouters aan het werk zijn geweest, die met sprookjesachtigen ijver die wonderen hebben gewrocht.

Tegen tien uur in den morgen, begint het eigenlijke feest. Dan worden de deuren van Irene wijd cpergezet cm binnen te laten allen, die verlangen tegenwoordig te zijn bij de felicitatie van den jarige. En dat zijn er niet weinigen, want Meer en Bosch en zijn Directeur bezitten Goddank vele vrienden. Een aantal plaatsen zijn opengehouden voor de vrouwelijke verpleegden van Sarepta, die onder geleide van zusters diakonessen, éénmaal per jaar, en wel op den 28 "" Mei, Meer en