is toegevoegd aan uw favorieten.

Lief en leed in dienst der christelijke barmhartigheid, 1882-1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broeders, noodig geacht dit aantal nog aanmerkelijk uit te breiden.

Wij zeiden, dat vóór dezen nog zoo weinig geregeld was met het oog op den broederkring. Dat werd nu anders. De bestaande bepalingen werden nu meer nageleefd: een jongeling, die aangenomen was, maakte eerst een halfjaar van voorproeftijd door, waarin hij kon heengaan of ontslagen worden zonder opgaaf van redenen. Werd hij als proefbroeder aangenomen, dan werd hij »gekleed«, d. w. z. dan ontving hij het broederpak, dat allengs den nu bekenden vorm had gekregen. Nu volgde de proeftijd, d. i. de tijd der opleiding, die na twee of meer jaren besloten werd (of worden kon) met de inzegening tot broeder-diakoon.

Van »inzegenen« was tot dusver nog geen sprake geweest. Dat moest [nu ook geschieden. De vier oudste broeders: R. van Dam, C. Kooiman, G. Grol en J. A. Hoekendijk, werden door den Directeur ter inzegening aan het Bestuur voorgedragen, en den ioden Mei i8gi, in de Ned. Herv. Kerk te Heemstede, in het midden van een groote schare belangstellenden, met handoplegging tot het diakonenambt ingezegend, nadat zij bevestigend geantwoord hadden op de hun gestelde vragen.

Het is hier niet de plaats om over de beteekenis van deze heilige plechtigheid uit te wijden. Wel mag verzekerd worden dat die broeders niet verloren de gezegende beteekenis van deze handeling, en er voor den kring groote kracht van uitging.

In het geheel werden 41 broeders ingezegend, van wie er 1 3 vertrokken of overleden. Maar wij loopen den gang der geschiedenis vooruit.

Na 1890 meldden zich vele jongelingen aan, en nu zien wij den broederkring eerst snel, dan langzamer groeien.

Gedurende 1892 kwamen 41 jongelingen zich aanbieden, waarvan er 9 werden aangenomen, en 43 jongelingen waren in 1898 bereid om broeder te worden, maar slechts 7 van hen bleken bruikbaar.

Natuurlijk zal, naarmate men hoogere eischen stelt, het aantal aanbiedingen en vooral het getal der aangenomenen,