is toegevoegd aan uw favorieten.

Lief en leed in dienst der christelijke barmhartigheid, 1882-1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jan. 1904: 123 Vereenigingen 573 collectanten, 8568 leden. » 1905 • '3® » 625 » 95'9 »

» 1906: 152 » 677 » 10057 »

» 1907: 162 » 721 w 10990 »

Begrijpelijkerwijs, naarmate deze arbeid vooruitging, vermeerderden ook de inkomsten voor de Suppletiekas. Het gevolg hiervan was, dat het jaarlijksch tekort aan verpleeggelden spoedig kleiner werd en bijna geheel verdween, terwijl het aantal geholpen patienten gedurig toenam. Zoo mogen wij nu met blijdschap constateeren dat uit de Suppletiekas 45 patienten geholpen worden, zonder dat men hierdoor voor een groot tekort kwam te staan, en dat 52 patienten geheel of gedeeltelijk voor rekening van verschillende Halve-StuiversVereenigingen werden verpleegd. Dus werden 97 onvermogende kranken geholpen, dat is iets anders dan vóór tien jaren.

Verre zij het van ons, deze heerlijke uitkomst aan het beleid der menschen toe te schrijven. Het is God, die ook hierin de hand heeft. En zooals in heel de geschiedenis der Inrichtingen Gods vriendelijke, vaderlijke zorg uitblinkt, zoo spreekt die zorgende goedheid ook hieruit. Het doet goed, dat op te merken. Maar het is ook bemoedigend te ervaren, dat allengs meerderen in den lande dien arbeid leeren liefhebben en van het belang der zaak doordrongen raken.

Het werk der christelijke barmhartigheid is de taak der gemeente van Christus op aarde. Er mag geen sprake zijn van liefhebberij of philanthrophie-sport; het dienen om Jezus'wil, dat moet het zijn. En wij zijn er van overtuigd, dat het bij velen ook alzoo is. Nu blijven er dagelijks vele behoeften, en sedert men de gedachte aan kapitaalvorming heeft opgegeven, leeft men met zoovele arme kranken ook maar bij den dag uit Gods hand. A/laar heeft God niet een heel volk gedurende veertig jaren gevoed met brood uit den hemel! Dat was toch eerst recht leven bij den dag. En nooit heeft God ook maar een enkelen dag verzuimd hun spijze te geven. Dan mogen wij ook met gerustheid dit groote belang in Zijn hand stellen, en terwijl wij er prijs op stellen ook genade te