is toegevoegd aan uw favorieten.

De schoonheid van de vrouw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitstekende afbeeldingen verduidelijkt. Onder de kunstenaars treft men aan Leoxardo da Vinci, Michel Angelo, Raphael, Banihnelli, Cellini, Titiaax, Carracci, Rubens, Rembrandt, Dürer en vele anderen.

Indien al dc vermeerdering hunner kennis het deu grooten kunstenaars mogelijk maakte, foutieve modellen in hunne werken te verbeteren, zoo liepen zij toch anderzijds het gevaar, dat menigeen, juist door deze kennis verlokt, 111 zijne figuren meer bracht, dan daarin wezenlijk te zien was, in zekeren zin de natuur overdreef, zonder die te verfraaien. Aan dit gevaar zijn zelfs groote meesters niet ontsnapt.J)

Zochten zij door trouwe navolging der natuur zich er tegen te \ rijw aren, dan werd het mogelijk, dat zij, onbewust, gebreken van liet model in hunne werken opnamen; en dit vooral, wanneer het hun niet gehikte, volkomen schoone modellen te vinden.

Maar niet alleen de kunstenaars, doch ook het publiek was het dagelijksch gezicht van het naakte ontwend; en zoo is het te verklaren, dat beiden, zoowel de kunstenaars als liet publiek, minder kieskeurig werden, en zich ook met het minder schoone, waar het zich voordeed, vergenoegde.

Meer en meer treedt de persoonlijkheid van den kunstenaar op den voorgrond en groote vorderingen in de techniek of in de opvatting zijn in staat, geheele geslachten voor de waarneming van meer of minder duidelijke gebreken van anderen aard blind te maken.

Het ligt niet in mijn plan, eene uitvoerige kritiek van de kunst en de kunstgeschiedenis der Renaissance te schrijven, voor mijn doel kan ik volstaan, met een enkel voorbeeld aan te halen, hoe zelfs kenners zich door de bestaande richting tot onjuiste opvattingen kunnen laten verleiden.

Ik kies daartoe de Horentijnsche \ enus van Sandro Botticelli, die juist in den laatsten tijd der Praeraphaelieten met onverdeelde bewondering ten troon werd verheven.

Brücke had reeds op eenige anatomische fouten van deze Venus de aandacht gevestigd, (1. c. p. 25, 62, 81.) Ullman, een

1 Vgl. Henke. die Mensehen des Michel Angelo imVergleieh mit der Anti ke. 1892.