is toegevoegd aan uw favorieten.

De schoonheid van de vrouw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oppervlakte is niet gelijkmatig glad. doch niet talrijke kleine spleetjes bezet, door welke een samengesteld, zeer fijn netwerk gevormd wordt en de huid een licht gekorreld aanzien krijgt. Hoe kleiner de korrel is, des te zachter is de matte glans van de huid. Bij slechte voeding, bij ziekten wordt de huid dor en groezelig, bij te sterke vetafscheiding krijgt zij een vettigen, spiegelenden glans.

Het is even moeilijk, de kleur der huid te beschrijven als ze op het doek te brengen. Zij wordt met rozen en lelies, melk en bloed, was en sneeuw, zelfs met de kleur van lammeren vergeleken; de schilder heeft behalve wit, vermillioen, kobalt en gele oker, alle kleuren van zijn palet noodig, om de nuances van de mensehelijke huid terug te geven. De bovenste lagen der huid zijn mat doorschijnend, zoodat alle daaronder liggende deelen naar mate van hunne dikte, de huid min of meer hunne kleur mededeelen en zoo de onderscheidene nuances te voorschijn roepen. De donkerroode aderen schijnen blauw door; het teint eener brunette is het gevolg van de sterke ophooping van pigment in de lederhuid, welke min of meer bruin doorschemert. Hoe dunner de huid is, des te levendiger is de kleur.

De niet bedekte gedeelten van de huid zijn door den invloed van koude en licht krachtiger getint. Die zich veel in de open lucht ophoudt, krijgt een rood gelaat; menschen, die hun leven in besloten lokalen doorbrengen, worden bleek.

Dat de wangen steeds eene hooger roode kleur hebben dan het overige van liet gelaat, wordt verklaard door het feit, dat op die gedeelten de arterieele bloedsaandrang bet grootst en de huid het dunst is. De roode kleur der wangen blijft bij algemeene bleekheid nog lang bestaan.

Verschillend van de gezonde roode kleur, is de zoogenaamde hectische roode kleur, eene scherp omlijnde roodheid op de koonen.

Bij goede voeding is de huid over het geheel wit met eene rose tint; eene gele of blauwe verkleuring duidt op ziekten, doch ouk op eene slechte voeding met gebrek aan eiwit.

Evenals de huid, is ook de onder haar liggende vetlaag op verschillende gedeelten van het lichaam van ongelijke dikte. Hoe het vet verdeeld is, wordt hieronder nog besproken; men kan echter aannemen, dat bij de vrouw over het algemeen de huid