is toegevoegd aan uw favorieten.

De schoonheid van de vrouw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets leelijks wordt aangezien, bewijst onder anderen liet in Japan bestaande gebruik, dat getrouwde vrouwen, ter geruststelling harer jaloersche echtgenooten, niet slechts hare tanden zwart moeten verven, maar ook de wenkbrauwen afscheren. ')

De ooghoeken moeten wanneer de oogen gesloten zijn, in eene horizontale lijn liggen; bij geopende oogen staat de binnenste ooghoek, met de traanzaksgroeve rond uitloopende, iets lager dan de buitenste scherpe ooghoek. Een hoogere stand van den buitensten ooghoek is eene eigenschap van het Mongoolsche ras, en daarom bij Indogermanen een fout, zoowel bij het mannelijk als bij het vrouwelijk geslacht.

De plaatsing der oogwimpers op het ooglidskraakbeen moet recht en regelmatig zijn, want eene schaarsche en onregelmatige inplanting der haartjes duidt op ziekten, voornamelijk op scrophuleuse oogontsteking. Ook dit geldt voor beide seksen.

Twee andere eischen voor den vorm van het oog kunnen eveneens als schoonheden bij beide geslachten gelden. Anatomisch echter leent de bouw van het vrouwelijk oog zich daartoe meer dan het mannelijke. Vooreerst de grootte van de oogspleet en verder de vorm van de huidplooi, welke zich over het bovenste ooglid heen legt. Hoe hooger de oogholte is, des te minder zal de huidplooi over het ooglid heen hangen en in des te zachtere kromming uitloopen naar de slaap. Eene grootere oogspleet doet het oog en dus ook de oogholte grooter schijnen. Daar echter eene groote oogholte een secundair vrouwelijk geslachtskenmerk is, kunnen eene ruime oogspleet en eene hoog boren het bovenste ooglid duurs verloopende huidplooi als uitnemende vrouwelijke schoonheidsattributen worden beschouwd.

Fig. 42 geeft een en ander, alsook den schoonen vorm der wenkbrauwen goed te zien, terwijl in Fig. 20 het bovenste ooglid door de huidplooi volkomen bedekt wordt.

De vorm van den neus wordt voornamelijk bepaald door het geraamte en het neus-kraakbeen. Daaruit volgt, dat men den vorm van den neus goed noemt, wanneer hij smal is, iets wat voornamelijk in den smallen en gestrekten rug van den

') Ik was in de gelegenheid, mij eenige jaren geleden in Japan zelf te overtuigen, dat deze gewoonte meer en meer afneemt.