is toegevoegd aan uw favorieten.

De hygiëne in het schoolleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daardoor veel meer moeite hebben het hoofd te houden, vermoeien reeds na enkele minuten en het hoofd valt spoedig op de borst; is het eenmaal zoover gekomen, dan zakt spoedig ook de geheele romp in scheeve houding tegen de bank.

In die voorovergebogen houding van het hoofd ligt de kiem voor het ontstaan van ruggegraatsver kromming.

Neemt een kind een zittende houding aan, dan rust het lichaam op de zitdeelen ; het zwaartepunt van het lichaam, dat zich bevindt ter hoogte van den 10en borstwervel en iets naar voren, ligt dan loodrecht boven het midden van de lijn die de zitknobbels vereenigt. Zij zouden dus bij de geringste beweging voorover of achterover vallen als zij niet nog een steunpunt hadden en zij kiezen daarom een steunpunt vóór of achter die lijn. Het steunpunt vóór die lijn kunnen zij vinden, door de voeten op den grond te zetten of door de ondervlakte der dijen op de bank te laten steunen. Kiezen zij daarentegen een steunpunt achter de hjn die door de zitknobbels gaat, dan vinden zij dat steunpunt door een steuntje in den rug, door tegen de leuning van de bank te steunen.

De drie voornaamste krommingen van de wervelkolom, de hals-, de borst- en de lendenbocht zijn den menscli niet aangeboren maar ontstaan eerst later en wel langzamerhand onder invloed van de aanhoudende werkzaamheid van verschillende spieren. Bij pasgeboren kinderen ontbreken die drie bochten bijna geheel. Beginnen de kinderen te loopen, dan ontstaat eerst de lendenbocht, vervolgens de borstkromming en eindelijk de halsbocht. In den beginne, op zéér jeugdigen leeftijd bestaan die krommingen alleen zoolang de kinderen staan, zitten of loopen ; zoodra men ze neerlegt verdwijnen die krommingen.