is toegevoegd aan uw favorieten.

De hygiëne in het schoolleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een heldere kleurlooze vloeistof gevuld is, die ruimte noemt men de voorste oogkamer g; de vloeistof zelf heet oogkamer water. Krijgt men een verwonding als bijv. een prik in het oog, die door het hoornvlies heendringt, dan vloeit het vocht door die opening weg, en het hoornvlies verliest zijn spanning.

De voorste oogkamer, die dus van voren begrensd is door het hoornvlies, wordt van achteren begrensd door het regenboogvlies h dat een voortzetting is van het vaatvlies. Het is een vlies dat veel bloedvaten bevat en loodrecht op de oogas staat. In het midden van het regenboogvlies komt een opening voor, een zoogenaamd kijkgat dat de pupil i genoemd wordt.

De kleur van het regenboogvlies is blauw, bruin of groenachtig gekleurd en bepaalt de kleur der oogen.

De pupil, de opening in het regenboogvlies, die den indruk geeft van zwart te zijn. kan zich vergrooten of verkleinen, maar in dien zin, dat de vergrooting of verkleining plaats heeft al naar gelang het licht, dat het oog treft, zwak of sterk is. In het donker en bij het zien in de verte wordt de pupil wijder; in helder licht en bij het zien in de nabijheid wordt de pupil nauwer. Deze verwijding en vernauwing van de pupil wordt veroorzaakt door twee spieren die in het regenboogvlies verloopen, waarvan de eene spier de pupil vernauwt en de andere haar verwijdt.

De binnenvlakte van den harden oogrok a is bekleed met het vaatvlies b dat dus den 2en oogrok vormt. Het kreeg den naam van vaatvlies omdat het zéér veel vaten bevat die het oog van bloed voorzien; verder bevat het veel pigment d. i. donkere kleurstof. Evenals de harde oogrok vormt het een hollen kogel waarvan de voorste opening door het regenboogvlies bedekt is. Dicht achter