is toegevoegd aan uw favorieten.

De hygiëne in het schoolleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te veel licht op een klein oppervlak werpt en het overig gedeelte betrekkelijk in donker laat. Maakt men gebruik van meerdere kleine lichten, dan wordt het licht meer gelijkmatig verdeeld en de lampen behoeven dan ook niet zóó hoog gehangen te worden, omdat zij minder sterke warmtestralen afgeven dan de ééne groote lamp. Hoeveel lichten men noodig heeft voor het vertrek, hangt af van de grootte van het lokaal en van de sterkte van het licht.

Gemiddeld rekent men één gasvlam naar vier leerlingen, ten minste als de leerlingen bij tweetallen in één bank zitten; hebben de leerlingen ieder een afzonderlijke bank, dan is de vierkante oppervlakte, die door de vier éénpersoonsbanken ingenomen wordt, grooter en komt men met één gasvlam niet toe. Verder hangt het ook af van de soort van brander die gebruikt wordt, bijv. Auer's gloeilicht of A r g a n d-brander.

De gasvlammen moeten voorzien zijn van cylinderglazen, omdat de vlam anders flikkert, hetgeen zéér nadeelig is voor het duidelijk onderscheiden. Daarenboven ontstaat door het flikkeren nu eens meer, dan weer minder licht, een onvolkomen verbranding van het gas, waardoor de schoollucht sterk verontreinigd wordt, o. a. met het zéér vergiftige kooloxyde-gas.

Verder heeft men te zorgen voor doelmatige lampenkappen. («ebruikt men lampenkappen die aan de binnenzijde van gepolijst metaal of van nikkel voorzien zijn, dan werken deze lampenkappen als spiegels en reflecteeren het licht daardoor te veel naar ééne plaats en wel naar de plaats die onder de lamp gelegen is; de overige plaatsen ontvangen dan te weinig licht. Wil men een betere lichtverdeeling krjjgen, dan kieze men kappen die wit geschilderd of wit gelakt zijn, of men plaatse de lichtbron hooger. Over het algemeen krijgt men een betere lichtverdeeling met lampen-