is toegevoegd aan uw favorieten.

De hygiëne in het schoolleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lende zijn, en zoo ziet men gewoonlijk, dat gedurende de vacantie de rookvonkgevallen verminderen, om na de vacantie weer te stijgen.

Bij mazelen hebben wij gezien, dat het kind den indruk geeft van zwaar verkouden te zijn, bij roodvonk geeft het dien indruk niet. Het kind klaagt gewoonlijk over de keel, is dikwijls misselijk en braakt soms, heeft koorts, en van uitslag bespeurt men bij het schoolgaande kind gewoonlijk niets, omdat de uitslag meestal door de kleederen bedekt is. Na eenige dagen begint het kind te vervellen (niet altijd even duidelijk). In dit vervellingstijdperk, dat gewoonlijk een zestal weken duurt, en waarin het kind dikwijls niet meer den indruk geeft van ziek te zjjn, is het zéér besmettelijk (bij mazelen daarentegen het meest in het tijdperk, dat het kind de ziekte „onder de leden" heeft).

Hoe lang bij roodvonk het incubatie-stadium duurt, is niet met zekerheid bekend; het schijnt te wisselen tusschen 4 tot 10 dagen. De naziekten, waaraan roodvonklijders dikwijls onderhevig zijn, zijn o. a. oorontsteking en nierziekte.

Soms, en vooral als de gevallen sporadisch voorkomen, kan roodvonk zéér licht verloopen en wordt de ziekte door de ouders dikwijls opgevat als „een maag, die van streek is". Meermalen komt het voor, dat de moeder of een buurvrouw den uitslag eenvoudig met den naam van „brand" betitelt, het kind een aftreksel van brandnetels te drinken geeft en, is het hersteld, natuurlijk gelooft, dat haar opvatting juist was.

Het genezen kind deelt zijn besmetting ondertusschen aan anderen mede. Geneeskundigen staan tegen een dergelijke uitbreiding van infectie machteloos, onderwijzers waarschijnlijk niet, als zij er in geoefend zijn, een ziekelijken