is toegevoegd aan uw favorieten.

De hygiëne in het schoolleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eigenaardig is het, dat het kind in tegenwoordigheid van den eenen, veel, en in het bijzijn van een ander, veel minder stottert. De persoonlijke invloed, uiterlijk, stem en optreden van den onderwijzer, kan hierbij een machtige factor zijn.

Wordt het stotteren niet bijtijds verbeterd, dan ontwikkelen zich gewoonlijk psychische stoornissen, die zich uiten in verlegenheid, schuwheid en angstvalligheid. Blijft deze psychische depressie lang bestaan, dan zal het karakter van het kind op den duur geschaad worden. Zij kunnen dan wantrouwend en besluiteloos worden.

Voegt men bij deze verschijnselen nog dit, dat door ouderwijzers dikwijls geklaagd wordt, dat het stotterende kind zijn spraakgebrek dikwijls gebruikt om zijn onwetendheid te verbergen, dan volgt hieruit, dat het van groot belang is, dat de onderwijzer in staat zij het verkrijgen van de stotterkvvaal te kunnen voorkomen en het verergeren er van te kunnen belettten, m. a. w„ dat de onderwijzer zoo mogelijk het stotterende kind zal kunnen behandelen.

Afgezien van die gevallen die een meer speciale behandeling vereischen, kan men met tact en suggestie veel bereiken. Zoo moet, vóór alles, het stotterende kind voelen dat de onderwijzer zijn ziekte begrijpt en in hem zijn raadsman zien. Hij kan het kind alleen, onder vier oogen, duidelijk maken hoe hij bij het spreken volkomen stil en recht staan of zitten moet en dit ook kan; dat het zich gewennen moet langzaam te spreken en te lezen, vooral bij het begin van een zin. De vragen die men tot het stotterende kind richt, moet men bizonder langzaam uitspreken en juist op die manier zooals men wil, dat het kind spreken zal. Is de leerling erg in de war, dan mag hij het hardop fluisterend uitspreken. Bij het begin van het