is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschijnt, dan worden l»ij de Enropeesche rechtspleging S. V. artt. 133, 134 en 131) toegepast (zie bladz. 27). Bij de liilandsrlie rechtspleging wordt, evenals bij den Europeeschen rechter, eerst onderzocht, of de oproeping behoorlijk heeft plaats gehad. Is dat het geval, dan beslist de rechtbank, of de behandeling der zaak uitgesteld kan worden. Wordt hiertoe besloten, en meent de president, dat de getuige onwillig was om te verschijnen, dan kan hij den djaksa bevelen, dat die getuige, zoo deze Inlander is, desnoods met geweld voorgebracht wordt, anders laat hij den getuige gewoon weer oproepen (I. K. artt. 250 en 251).

Is de niet verschenen getuige een Europeaan, dan kan de president — buiten eenige bemoeienis van den djaksa — diens nadere oproeping bevelen en gelasten, dat hij desnoods door de openbare macht voor den landraad zal worden gebracht. Bovendien kan de president den getuige veroordeelen lol de betaling van een geldboete van ten hoogste /' 100, en zelfs bij lijfsdwang tot betaling van alle de kosten, waaronder de schadeloosstelling aan de wel verschenen getuigen, door de vertraging veroorzaakt (1. R. art. 254).

Op desiundigen is dit alles niet van toepassing, doch daarom worden zij in de praktijk gewoonlijk als getuigen opgeroepen.

Getuigen, die een valsche verontschuldiging opgeven, kunnen bovendien gestraft worden met gevangenisstraf (Eur.) of ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon (Inl.) van 6 dagen tot 2 maanden (S. B. E. art. 168; S. B. I. art. 169). Op deskundigen, die niet als getuigen zijn opgeroepen, zijn deze artikelen niet van toepassing; gewoonlijk worden zij echter als zoodanig opgeroepen.

S. R. E. art. 168 en S. R. I. art. 169. De getuigen, die eene valsche verontschuldiging aanvoeren, worden, onverminderd de straf in het algemeen op het niet-verschijnen gesteld, gestraft met

gevangenis , ten arbeidstelling aan de publieke werken

voor den kost zonder loon van zes dagen tot twee maanden.

Wanneer de verklaring van den getuige (deskundige) Ier openbare zitting afgelegd, verdacht wordt valsch te zijn, dan wordt, als volgt gehandeld. Is er tegenspraak tusschen de verklaring ter openbare zittingen b. v. die voor den recbter-commissaris afgelegd, dan wordt door den president hierop gewezen en opheldering gevraagd. Heelt de voorzitter redenen om aan te nemen, dat opzettelijk de afgelegde verklaring valsch is. dan vermaant bij hem de waarheid te spreken en houdt hem de straf voor, waarmede valsche getuigenis gestraft wordt; dit is bepaald voorgeschreven voor den Landraad (I. It. art. 274) en wordt, ofschoon dit niet is voorgeschreven, ook bij de Baden van Justitie in praktijk gebracht. Komt de getuige op zijn verklaring terug, dan is daarmede de zaak uit, doch blijft bij volharden bij zijn valsch geoordeeld getuigenis, dan kan de Baad van Justitie bevelen, dat bij voorloopig in hechtenis wordt genomen. De Landraad heeft deze zelfde bevoegd-