is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vorm van de bloeduitstorting komt in het algemeen overeen mei dien van het voorwerp, dat haar veroorzaakt.

Men herkent gemakkelijk de lange ecchyniosen, veroorzaakt door stokslagen; de lange en dunne striemen door zweepslagen; de ronde door vingers; een serie van ecchyniosen afhankelijk van een beet; die, welke ontstaan zijn door zuigen (simulatie!), door knijpen, enz.

Wanneer echter het contundeerende lichaam grootere afmetingen heelt, dan treft het zelden in zijn geheel het lichaam en dan komt de vorm van de bloeduitstorting natuurlijk niet overeen met den vorm van het contundeerende voorwerp; dit ziet men b. v. bij trappen met een geschoeiden voet.

Aan den anderen kant wordt de bloeduitstorting in los weefsel schijnbaar snel grooter door de optredende resorptie, zoodat in een paar dagen de vorm een geheel andere kan zijn geworden.

Da grootte van de bloeduitstorting is in het algemeen evenredig met de intensiteit van het trauma en de vaatrijkdom van de getro/fen plaats.

Zoo is de bloeduitstorting gewoonlijk groot, wanneer de onderlaag beenig is, en gering of ontbrekend in het omgekeerde geval. Zoo ziet men, dat een trauma, dat den buik treft, betrekkelijk zelden bloeduitstorting geeft in den buikwand en inwendige organen.

Vrouwen, kinderen en grijsaards zijn personen, welke betrekkelijk gemakkelijk bloeduitstortingen krijgen.

Verder zijn de haeniorrhagische diathesen en dispositie begunstigend voor het tot stand komen van bloedingen, door een uiterst gering trauma, en wegens hun spontaan optreden gevaarlijk voor mogelijke verwarringen met traumatische bloedingen. Zulke spontane bloedingen komen voor in de huid, in slijmvliezen en in inwendige organen; gelukkig echter vindt men dan ook in dergelijke gevallen, afgezien van bun groot aantal en onregelmatigen vorm, bloeduitstortingen op plaatsen, welke niet gemakkelijk door een trauma getroflen worden, zoodat vergissingen niet behoeven voor te komen. Voorzichtigheid is zeer aangewezen ter voorkoming van vergissingen met Birlowsche ziekte bij zuigelingen en met erytliema contusiforme bij zuigelingen en kinderen ('). Hetzelfde geldt voor neurale bloedingen (apoplexie en intrameningeale bloeding, met bloedingen onder galea; bij tabes, multipele sklerose, neurasthenie en hysterie (simulatie door zuigen!) en inorb. Basedowii).

In sommige gevallen komt bet niet tot een haeniorrhagische infiltratie van de weefsels, doch tot de vorming van een haematoom; dit ziet men voornamelijk aan het hoofd, in den vorm van de bekende buil. Groot geweld kan aanleiding geven tot belangrijke haematoomvorming b. v. van kinderhoold-

(') Dit treedt zeer acuut, en speciaal gedurende den nacht, op in den vorm van djomblangtot doekoogroote, zeer pijnlijke bulten, aan de onderbeenen en voetruggen, zeldzamer aan de voorarmen, dijen en billen. De bulten zijn bij het Kaukasiscbe ras centraal blauwrood en aan de peripherie rose; dit adspect behouden zij 2—3 dagen om dan in het verloop van 8—14 dagen te verdwijnen, waarbij de kleur achtereenvolgens blauwrood, geel en groen wordt. Zij treden vaak eerst hier en dan daar op.