is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als direct gevolg van de verbranding van een gedeelte van het lichaam kunnen de volgende afwijkingen gelden, welke men in lijken van verbrande personen, die meerdere uren na de verbranding in leven bleven, pleegt te vinden, vooral bij hen, die uitgebreide verbrandingen bekwamen.

liet bloed is zoo goed als steeds gestold, voor de rest dikvloeibaar, door methaemoglobine bruin als chocolade.

Daar de eliminatie van het methaemoglobine langs de nieren geschiedt, is soms de urine bruin en geraken de nieren in ontsteking: acuteparenchymaleuze nephritis (kan reeds aangeduid zijn, wanneer de persoon slechts eenige uren — 6 — leefde; in denzelfden tijd kan zich een acute haemorrhagische parenchymateuze nephritis ontwikkelen).

Parenchymateuze en vettige degeneratie vau hart en lever komt veel voor, doch heeft als van zelf geen pathognomische beteekenis.

Opvallend is het, dat men af en toe ulcera in hel duodenum gevonden heeft, zelfs met perforatie; vermoedelijk ontstaan deze door autodigestie van liet slijmvlies, boven bloedingen, welke hier en overal elders in ïuucosae en serosae plegen voor te komen. Dergelijke ulcera heeft men ook wel in de maag en elders in den apparalus inteslinalis aangetroffen.

In andere gevallen vindt men slechts veneuse hyperaemie met oedeem van hersenen en longen, of niets; dit laatste geldt speciaal voor snel, binnen enkele uren, met den dood door shock eindigende gevallen.

Van veel gewicht is het, om uit te kunnen maken, of bij slachtoffers van een brand de verbranding tijdens hel leren of na den dood is opgetreden. Niet zoo zelden wordt moedwillig brand geslicht of steekt een moordenaar het huis hoven zijn slachtoffer in brand, om zijn misdaad te verbergen, enz.

Het is altijd gemakkelijk 0111 uit te maken, of verbranding in den 3e" graad mtravitaal of postmortaal is ontstaan

In liel algemeen ivijst uitgebreide roodheid en duidelijk zichtbare vulling der kleine vaatjes (') in de hui l en de subcutis om en op de verbrande plaats op intravitale verbranding (v. Hofmaan).

Deze verschijnselen kunnen echter, althans volgens enkele schrijvers (o. a. Vibert), ook optreden hij postmortale verbranding van gedeelten, waar reeds hypostase of een andere vorm vau hyperaemie bestond.

(') Hiertoe snijdt men de plek, liefst een perkamentachtig ingedroogde of een escltara. zonder het er onder liggende vet, uit en bekijkt de uitgesneden lap tegen liet licht met liet liloote oog of met de loupe. Waarde heeft dit verschijnsel natuurlijk slechts voor plaatsen, waar geen hypostase bestaat en indien het zich als een fijn netwerk voordoet: een grof net bewijst niets (v. Hofma.vn). Bloedingen, tot katjang hidjoe grootte, kunnen voorkomen en bewijzen een intravitale verbranding.

In de capillaria der eschara's vindt men de roode bloedlichaampjes aan elkaar gebakken: dit is een goe I inikroskopisch diagnosticum voor intravitale verbranding. Juist op dit verschijnsel berust het zichbaar zijn van het vaatnet bij intravitale verbranding; dan zijn de vaatjes oji bet oogenblik der verbranding nog met bloed gevuld, hetgeen niet meer het geval is in de agone en na den dood.