is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met het oog op de zooeven besproken mogelijkheid formuleert men zijn conclusie in gevallen, dat de longen niet drijven en ook de maag en darm geen gas bevatten, het beste aldus: de lijkfnlioiiirintf turft <jeen feiten npt/elererd. ininrnit bex/oten mui/ intrdrii. dot het kin<l buiten In t lieluuini der mortier fiendriud heeft.

Op grond van het niet kunnen aantoonen van lucht in de longen (de maag. den darm) mag men niet besluiten, dat het kind met zekerheid niet geademd heeft; slechts de mogelijkheid bestaat, meer niet.

Ontbreekt echter verder ieder bewijs (hl. 4i. < iat het kind levend geboren is. dan kan men voor ..geademd" „geleefd" zetten.

Hiernaast staan gevallen, waarin liet kimt wel geademd heeft, doch de lucht geheel ut gedeeltelijk door een of ander puthoUxjinch ;imw werd uitgedreven. Deze processen treden echter pas later, na enkele dagen op, zoodat men allicht niet meer van een jonggeborene kan spreken: zij tasten bovendien nooit de beide longen geheel aan, doch gewoonlijk slechts een min of meer uitgebreid gedeelte (top, randen) van een of van beide longen, zoodat de herkenning van deze gevallen uit een gerechteljjk-geneeskundig oogpunt niet moeilijk is.

ItnikafiIrktHsi. door een pleuritisch exsudaat, is een reden, om de longen slecht te doen drijven: ook een transsudaat kan de longen doen zinken, b. v. rottingstranssudaat in de plenrale holten, waardoor de lucht, indien '/.{') in geringe hoeveelheid aanwezig is. geheel weggedrukt kan worden, flewone i'i^irptir-atilekta.si , waardoor geheele longkwabben luchtledig kunnen worden, is mede een reden om de longen te doen zinken: de verstopping in den bronchus moet men aantoonen. Een bronchitis met verstopping der bronc-hi kan snel optreden, iets waarop w(j bjj de leer van den onverwachten dood nog zullen terugkomen. Ook haeimyrrlmgirrii kunnen de lucht verdrijven.

Longen, welke lucht bevatten en drijven, zullen, bewaard in stroomend water, na eenige dagen zinken (gewichtig bij het onderzoek van waterlijkjes). doch drijven weder na droging; luchthoudende longen, aan de werking der lucht blootgesteld, doch gevrijwaard tegen uitdroging (foetus met een perforeerende borstwond) en zulke geworpen in kokend water of bloot gesteld aan stralende warmte (verbrande lijkjes), verliezen eveneens lmn lucht. Al deze feiten moet men kennen, omdat men er soms rekening mede te houden heeft.

Uitdroging kan. geholpen door de elasticiteit, de randgedeelten en zelfs een geheele long vrij van lucht maken.

Op grond van al de genoemde mogelijkheden moeten wij zeggen:

Luchtvrije longen zijn geen absoluut bewijs, dat het kind niet geademd heeft.

In dergelijke gevallen moet men toch besluiten, dat het kind geademd heeft, indien men bepaalde stoffen uit de buitenwereld (faecaliPn. zandkorreltjes, enz.) diep in de luchtwegen vindt, daar deze dan door het kind geaspireerd moeten zijn. Geheel hetzelfde geldt voor het vinden van vreemde lichamen diep in het darmkanaal: zï\ worden bij de ademhaling geaspireerd