is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan zal men zeggen, dat de lijkopening geen verklaring voor de ziekte en den dood heeft opgeleverd en de mogelijkheid van intoxikatie niet is uitgesloten, waarom een nader onderzoek gewenscht is.

III. Vindt men niets, dan zegt men, dat de lijkopening geen doodsoorzaak en geen verklaring voor de ziekteverschijnselen heeft doen vinden; dat er evenmin afwijkingen zijn geconstateerd, waaruit tot intoxikatie besloten mag worden, maar dat zij er ook niet met zekerheid door is uitgesloten en een nader onderzoek derhalve gewenscht is. Bij rotte lijken zal men gewoonlijk geen andere conclusie kunnen trekken.

IV. In sommige gevallen — in welke, zal later blijken— vindt men bij de obductie dusdanige typische veranderingen, dat daardoor reeds de intoxikatie met een bepaalde stof ten duidelijkste blijkt.

Heeft men door de lijkopening een aantoonbare, natuurlijke doodsoorzaak resp. de werking van een der gemakkelijk te herkennen vergiften uitgesloten, of heeft men een levenden persoon te onderzoeken, dan komt het op het wikken en wegen van verschillende gegevens aan, waarbij men goed doet in de eerste plaats de meest voorkomende intoxikaties en niet de zeldzame (en die door onbekende vergiften!) in het oog te vatten. Welke die gegevens zijn, zal hieronder blijken.

Die gegevens moeten, om intojcikatie te ntogen aannemen, ongednongen tot één geheel vereen igd kunnen worden, tot een door klin invite ervaring vaatstaand beeld van i nto.rikatie met een bepaalde stof.

De gerechtelijk-geneeskundige staat tegenover een geval van intoxikatie anders dan de klinicus; hij moet haar met zekerheid aantoonen en kunnen zeggen met welke stof zij heeft plaats gehad. De klinicus heeft een geheel andere taak; hij moet de intoxikatie als zoodanig bestrijden, desnoods alleen door een symptomatische behandeling; voor hem komt het er slechts in de tweede plaats op aan of hij kan zeggen, welk vergif gebruikt is.

jereelit«lljt-#eiieMjii(H«((gp moet feiten geven. Hij mag b. V. geen 1'OOd-

heid en vochtige zwelling van het slijmvlies van de maag en van den darm op rekening stellen van een prikkelende stof, welke hij niet nader kan aangeven; in zoo'n geval zegt hij, dat N. N. aan een acute maagdarmontsteking overleden is, waarvan de oorzaak onbekend is gebleven.

Men schame zich nooit om, waar noodig, ronduit te verklaren, dat men (jeen doodsoorzaak heeft kunnen vinden, of dat men niet in staat is het waargenomen ziektebeeld te verklaren, zelfs dddr waar de bijzondere omstandigheden hoogst verdacht waren.

In doodelijke gevallen, dat zijn de voor den onderzoeker de gunstigste, heeft men in het algemeen tot zijn beschikking:

1. de klinische verschijnselen, welke na de onderstelde toediening van het vergif zijn opgetreden;