is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In chronische gevallen, waarin men b.v. dubieert tusschen een chronische warangan-intoxikatie en beri-beri. is er zulk een haast niet bij en kan men

meer kans op het voorkomen van voedselintoxikaties bestaat dan in gematigde luchtstreken. Doch bovendien, omdat het in die gevallen alleen zekerheid gevende bacteriologische onderzoek, practisch gesproken, hier te lande niet ingesteld kan worden, achten wjj het innemen van het geschetste, strenge standpunt beslist noodzakelijk en vatten onze taak om „naar zijn geweten" resp. „naar zijn beste weten" verslag uit te brengen (S. V. art. 36 en 83 en I. R. art. 278; dl. I, bl. 43) dan ook op de aangegeven wijze op.

Over intoxikatie door ondeugdelijk of bedorven voedsel in de tropen is nog zoo goed als niets bekend. Het is zeer goed denkbaar, dat onder de andere omstandigheden hier te lande bij de ontbinding en rotting van dierlijk en plantaardig voedsel (eventueel door verontreiniging met mikroben, welke niet tot die behooren, welke ontbinding en rotting veroorzaken), andere, misschien zelfs nog geheel onbekende, ptomatinen ontstaan dan elders, of dat zjj in andere hoeveelheid ontstaan en dat er onder hen zijn, welke klinisch een ziektebeeld kunnen verwekken, geheel overeenkomende met de symptomen eenei intoxikatie met een der goed bekende alkaloïden. Evengoed als de ondervinding in Europa geleerd heeft (bl. 149), dat chemisch of physiologisch verwisseling tusschen ptomatinen en alkaloïden mogelijk is, achten wij het denkbaar, dat dit klinisch het geval is en tegen die laatste mogelijkheid willen wij ons wapenen. Daarom achten wij het in foro niet geoorloofd tot intoxikatie te besluiten, zonder dat door het nader onderzoek een scherp gedefinieerde en goed bekende zelfstandigheid als agens quid werd aangetoond.

Wij achten ons standpunt des te meer urgent, omdat nog velen gelooven aan het voorkomen en door de Inlanders tot gifmoord gebruikt worden van allerlei onbekende vergiften en dit niettegenstaande een ruim 20-jarig onderzoek onze kennis in dit opzicht zeer heeft verrijkt; de Mededeelingen uit 's Lands-Plantentuin te Buitenzorg zijn daar, om dit te bewijzen. Bij elk onverwacht geval van ziekte of dood duiken nog bij herhaling geruchten van vergiftiging op: door een bediende, die een klap kreeg of door een aan den djjk gezette concubine, enz. Dit maakt het des te meer noodig. dat wij geen weifelend en vaak tegelijkertijd suggereerend, doch een in besliste woorden gesteld advies atgeven, omdat anders allicht, door de quasi-verdachte omstandigheden van het geval, een onschuldige verdacht, misschien zelfs veroordeeld kan worden. En deze kans mag de gerechtsarts niet openen.

Wanneer Liebkeich(') dan ook in het (onderstelde??) geval van atropine-intoxikatie de diagnose stelt op „intoxikatie met atropine of een atropine-achtige stof', meenen wy, dat hij daarmede het geval tot geen practische oplossing brengt en den rechter met het het mes in den buik laat zitten.

Dezelfde opmerking geldt Brouahuel ("), waar hij aanraadt om, indien het onderzoek niet met absolute zekerheid een bepaald vergif heeft aangetoond, dit duidelijk te zeggen en waar men vermoedt met een geval van intoxikatie te maken te hebben, aan te geven, welk vergif men in staat acht de waargenomen verschijnselen of veranderingen te verwekken, doch uitdrukkelijk te verklaren, dat men niet het wetenschappelijke bewijs kan leveren voor de hypothese, welke men mogelijk, doch niet bewezen acht.

Nog erger maakt o.i. KobertC") het, waar hij den arts c.q. wil laten verklaren, dat er intoxikatie in het spel was, doch dat hij niet kan zeggen met welk vergif.

Wjj meenen, dat men in dergelijke gevallen verstandiger doet met over z\jn vermoedens te zwijgen, daar de rechter aan onze vermoedens voor bewijsmateriaal niets heeft, doch in de eerste plaats feiten van ons vraagt.

i*i Liebrehh, Ueber tik' Beurtoilung vun Vergifïungen (bl. lilt in: Zwölf Vortrttge über gerichtliche Medizin, lirsg. v. Zentralkomitee f. d. Srztliohe Fortbildungs wezen in Preuszen, 1903.

(**) Brouardei., Los Empoisonnoments, 1902, bl. 165.

(*") Kobekt, Lehrbucli dor Intoxikationon, dl. 1, 1902, bl. 119.