is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch geroepen om te trachten het leven van den patiënt te redden (bl. 1(54).

Theoretisch is de zaak gemakkelijk: men onderzoekt het braaksel op aisenik ('), de ontlasting op vibrionen (2) en het bloed op de aanwezigheid van malaria-parasieten en handelt al naar gelang de uitslag is. Maar practisch staat men er geheel anders voor, daar het zoo noodige onderzoek veelal niet geschieden kan en ook hij, die er niet toe in staat is, handelen moet. Hij moet den lijder helpen en mag niet onnoodig de politie of justitie alarmeeren, omdat hierdoor onschuldige personen in hun goeden naam en eer geschaad kunnen worden.

De tank van den geneesheer is in dergelijke gevallen hoogst moeilijk en delicaat!

"\\ anneer wij er van uit gaan, dat in de gewone Indische praktijk voor het tijdig verrichten van een mikroskopisch en chemisch onderzoek veelal geen tijd en gelegenheid is, dan blijft er niets anders over dan ons bij den levenden patiënt geheel te baseeren op de gewone, klinische verschijnselen en in choleratijden elk geval, dat niet met temperatuursverhooging gepaard gaat, als choleia op te vatten, tenzij er feiten zijn, welke in het gewone beeld der ziekte niet thuis behooren. In Europa en ook in Indië (3) heeft men toch in choleratijden gevallen van arsenik-intoxikatie (vergiftiging) waargenomen; dit mogen wij niet vergeten.

Bij cholera gaat veelal een lichte diarrhee aan den eigenlijken aanval \ooiaf, tieedt het braken zoo goed als steeds niet vóór, doch na het begin van de diarrhee op en bevat het braaksel slechts zelden bloed. Verder bestaat er geen bepaalde pijnlijkheid van keel, oesophagus en maag, bestaat zelden hevige buikpijn en is de buik bij druk weinig of niet gevoelig; de ontlasting en het braken geschieden zonder pijn; er bestaan geen tenesmi ad alvum.

(') De eenvoudige wijze, volgens welke dit, onderzoek geschiedt, zal later aangegeven worden.

(s) De vlokjes, welke bij cholera en As-intoxikatie in de ontlasting drijven en welke aan watten herinneren, bestaan uit slijm en epithelium en bevatten talrijke mikroben. Men maakt er op de gewone wijze een praeparaatje van en kleurt dit gedurende eenige minuten met een of andere analine-kleurstof, b.v. 5-10-maal verdunde carbolfuchsine.

\ indt men in liet praeparaatje geen vibrionen dan is cholera zeer onwaarschijnlijk; vindt men vibrionen, doch z(jn zjj in de minderheid, dan zegt dit niets en vindt men dat de mikroben in hoofdzaak of uitsluitend vibrionen zijn, dan heeft men zeer waarschijnlijk met een cholerageval te maken.

De vibrionen liggen evenwijdig bij elkaar, als de visschen in een school; kenmerkend is dit niet, daar de groepeering der vibrionen ontstaat bij het maken van het praeparaatje.

Op den aangegeven, eenvoudigen, bacterioskopischen weg kan men nooit absolute zekerheid krijgen; daarvoor is deskundig bacteriologisch laboratorium-onderzoek noodig.

(,!) Kiewiet de Jonge, Voordrachten over de tropische Ziekten van den Indischen Archipel, dl. III (1909), bl. 12.

Lyon, lx., bl. 437, haalt 3 gevallen uit Voor-Indië aan (case CCXIII) als voorbeelden, dat degelijke geneesheeren As-intoxikatie voor cholera kunnen houden. In ons oog bewijzen die gevallen dit echter niet.