is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op plaatsen op, waar sterk gezweet wordt, doch op zijn vroegst den 2den of 3den en gewoonlijk den 3den of 4den dag. De sweetsecretie zelf is toegenomen.

Het meest ziet men nog een jeukend erytlieem, papels en urticaria. Het erytheem kan diffuus of circumscript zijn; in het laatste geval kan het op mazelen en roseolae syphiliticae gelijken. De papels komen vaak op de plaats van het erytheem en over het geheele lichaam verspreid voor (gelijkend op lichen tropicus), of zijn meer tot scherp omschreven groepen vereenigd. De urticaria wordt gewoonlijk zeer vroeg gezien en duurt zeer kort.

Veel zeldzamer treedt de uitslag op als lierpvs (zoster, labialis, progenitalis, of meer algemeen als hij waterpokken), als pustels of als purpura, doch zelfs ekthyma kan voorkomen.

Vooral gewichtig is het af en toe optreden van oedeem in de acuut en van melanose, desqiiamatie en keratose in de chronisch verloopende gevallen, omdat zij, waar zij optreden, er ons toe brengen aan de mogelijkheid van een As-intoxikatie te denken.

Het oedeem treedt gewoonlijk reeds den 2den of 3den dag op (') en verdwijnt met 3—4 dagen. Het zetelt bijna uitsluitend aan het gelaat, speciaal aan de oogleden, aan de handen en aan de voeten, is niet altijd bilateraal en gaat niet zelden vergezeld van puntvormige bloedingen.

De soms later optredende renale oedemen hebben natuurlijk een geheel andere beteekenis; zij blijven lang bestaan.

De melanose treedt gewoonlijk later, na weken, op, zoodat het rood van het erytheem geleidelijk overgaat in het bruin der melanose. Zij kan algemeen of partieel zijn en komt in den vorm van licht- tot donkerbruine vlekken tuin de onderbeenen, de voeten, den hals, den romp, enz. voor.

In het algemeen treedt zij het sterkst op op met kleeren bedekte, gepigmenteerde gedeelten van het lichaam (buigzijde der gewrichten, oksels, liezen, hals, middel); zij spaart altijd de oogleden, de handpalmen, de voetzolen en de slijmvliezen (tegenstelling met morb. Addisonii) en gaat niet van jeuk gepaard (waardoor ook geen krabeffecten ontstaan: onderscheid, ook door localisatie, met den z.g.n. morbus reorum). Langzamerhand verdwijnt zij weer. Bij de gepigmenteerde rassen is zij sterker dan bij het Kaukasische ras. Zij wordt vooral gezien na het herhaald gebruik van kleine hoeveelheden arsenik.

Na het innemen van één groote dosis werd deze aandoening tot 1897 slechts éénmaal beschreven; zij trad den lOen dag na het innemen op.

(') Een opmerkelijk geval is het volgende.

Iemand dronk ergens een paar glazen wijn, waarin arsenik was gedaan; hij kreeg spoedig daarna braken en diarrhee en had reeds vóór h\j thuis kwam zoo'n oedeem van zijn dijen en scrotum, dat men zijn broek moest openknippen, om haar uit te kunnen trekken (Brouahdel, Les intoxications, 1904, bl. 04). 11y braakte, had diarrhee en kreeg collaps, doch genas (ibidem, bl. 127).