is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. ken kopeigieter van .i8 jaar werd in Jannari 185:ï in oen ziekenhuis opgenomen met koorts, welke snel onderdrukt werd; de reconvalescentie echter duurde lang en sinds dien tyd klaagde hy over voortdurende snijdingen in den buik. Hjj zag er slecht uit; zijn tandvleesch vertoonde het zelfde adspect als b\j n". 1. Hjj ging 24 Januari d.a.v! naar de andere ziekeninrichting over en herstelde ondei dezelfde behandeling als n°. 1 langzaam; den 8en Februari d.a.v. werd hy met genezen tandvleesch ontslagen: hy zag er veel beter uit.

III. Len 26-jarig machinist by een der spoorweg-maatschappijen werd !!0 Januari 1854 opgenomen wegens sterk verval van krachten, pijn in de gewrichten van de bovenste extremiteiten, gevoeligheid van de maag, vooral na het eten, en snijdingen in de ingewanden. Hjj zag er slecht uit; zijn gelaat was loodkleurig; hy leed aan een lastige, droge hoest en nachtelijk zweeten. Zyn longen waren normaal, behalve dat links achter onder wat fijne ronchi te hooren waren. Het tandvleesch vertoonde hetzelfde adspect als by de andere patiënten, ook boven de eerste ware kiezen. De tong was beslagen, de pols had een frequentie = 90. Er bestond gebrek aan eetlust en trage ontlasting. Tot kort voor zyn opname was zyn hoofdbezigheid het poetsen van het koper aan de machine, zoodat zyn handen altyd vol koperroest en olie zaten en dit vuil onder zyn nagels zat.

Tot 6 maanden voor zyn opneming in het ziekenhuis was hij gezond, doch had wel af en toe vry hevige buikpijn. Toen werd hjj eens doornat en spoedig daarna werd hy slapper en slapper. Drie weken later begon hij pyn in de beenderen te voelen en spoedig daarna begon hjj te hoesten en van af dat oogenblik begon hy tevens te vermageren. Hij was aldoor rillerig en spoedig kon hy niet goed meer werken, ofschoon hy dit herhaaldelijk probeerde; ten slotte moest hy het werken opgeven.

Onder dezelfde behandeling als de beide andere personen genas hy snel, zoodat hy den 18en Februari d. a. v. ontslagen werd; hij gevoelde zich toen veel sterker, hij had geen snijdingen meer en de zoom aan het tandvleesch was minder duidelijk.

De 12en Maart d. a. v. vertoonde het tandvleesch nog hetzelfde adspect. Hy had geen IK doorgebruikt en met 3 weken weer snijdingen en hoesten gekregen. Later presenteerde hy zich niet meer.

IV. Een 80-jarige hoofdmachinist op een groote stoomboot kwam in Februari 1854 om advies met klachten over anorexie, hoest, nachtzweet, constipatie en koliek. De longen waren normaal. Hy was wat vermagerd en vertoonde aan het tandvleesch de typische afwijking. Hy vertelde, dat zyn handen altijd vol olie en kopervylsel zaten en dat hy tot voor een paar jaar volkomen gezond was geweest.

Hy kreeg IK en verliet het land zonder verder iets van zich te laten hooren.

A. Een schoenmaker van 24 jaar werd 7 Februari 1854 opgenomen met klachten over hoesten en opgeven van slyinige sputa, af en toe met bloed gemengd. Hy zag er bleek en slecht uit en zeide niet vermagerd te zyn. Zyn tandvleesch had het typische adspect. Subclaviculair was de percussietoon mat en waren ronchi te hooren. Het sputum was licht purulent.

Hy had de gewoonte koperen spijkers af te vijlen en in zyn mond te steken; hy vertelde in het verloop van 7 maanden slapper geworden te zyn en meerdere malen bloed opgegeven te hebben; de laatste 4 maanden had hy pijn in de schouders en in den buik.

Hy kreeg IK en werd 12 Maart d. a. v. wat verbeterd uitgeschreven.

VI. Een 18-jarige leerling-koperslager werd 24 Juli 1854 opgenomen. Hy zag er slecht uit, vaalbruin (dark and sallow), was vermagerd, zyn tandvleesch was geretraheerd en vertoonde een purperen zoom; de tanden waren donker. Hjj klaagde over voortdurend hoesten, zonder dat wat opgegeven werd; hy was veel vermagerd en zwak geworden, had schietende pijnen in den buik en in de maagstreek. Drie jaar geleden, toen hy in dienst kwam by zyn baas, was hy nog volkomen gezond; 18 Maart begon