is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het braaksel bestond eerst uit gedeeltelijk verteerd voedsel, later uit wat bloederig slijm, dat met groot* moeite werd uitgebraakt. De tong was droog, er bestonden groote dorst, hevige pijn in de maagstreek en om den navel, een gevoel van oppressie en hoofdpijn en een sterke malaise. Er was geen ontlasting noch urineloozing; de huid was warm, de pols klein en frequent.

Hij het informeeren naar hetgeen zij gegeten had. noemde z(j zoo terloops ook de djarakpitten op. Een doelmatige therapie werd ingesteld.

Den volgenden morgen bleek het. dat zjj gedurende het grootste gedeelte van den nacht nog gebraakt had en dat er sinds 's morgens 5 uur wat verbetering gekomen was; de pijnen in het epigastrium en om den navel waren minder hevig, de tong was nog beslagen en droog en er bestond nog groote dorst; een paar uur vóór dat de medicus haar dien ochtend bezocht, had zjj ontlasting gehad. De koorts was minder, doch de huid nog warm en de pols nog frequent. Dezelfde therapie als den vorigen dag en absoluut dieet werden voorgeschreven.

's Avonds was de toestand nog wat beter geworden en was er op een lavement ontlasting ge\olgd. De tong was nog beslagen; er bestond nog anorexie en kephalalgie. Als voedsel werd bouillon toegestaan.

Den 2en dag was zjj, toen de dokter kwam, reeds opgestaan en gevoelde zij zich alleen nog wat slap. had nog wat maagpijn en had nog geen eetlust.

In den loop der volgende dagen herstelde zjj geheel [Pécholieb (•)].

Bernelot Moens beschreef een geval van 8 kinderen, die door het eten van :S geroosterde djarakzaden een intoxikatie bekwamen, zich bjj het kind, .lat het minste gegeten had, alleen uitende in hevig en aanhoudend braken met een rood en opgezet gelaat, een versnelden vollen pols en verhooging van de lichaamstemperatuur, althans san die \an de huid. Bjj de '2kinderen, die het meeste ervan gegeven hadden, bestonden bovendien diarrhee met rijstwaterontlasting en lichten collaps.

Dezelfde verschijnselen nam h(j ook waar bij Inlanders, die in diamoe te veel ricine, dat toen nog onbekend was. binnen kregen. Nooit zag hij een brandend gevoel in mond en keel, dat lijj voor een „boekenverschjjnsel" hield.

Hij zegt. dat de kinderen 1 vrucht van djarak tjina (jatropha multifida) en 2 vruchten van djarak pagar (jatropha curcas) aten, doch uit niets bljjkt. dat met djarak hier inderdaad jatropha en niet ricinus bedoeld worden,, te meer, daar hjj zelf zegt. dat te Tmiat, met den naam balatjaai zoowel jatropha curcas als ricinus communis en croton tiglium aangeduid werd. Vast staat derhalve niet met welk soort zaden de intoxikatie optrad (s).

\ ergiftiging met ricine kwam óp de Aroe-eilanden voor.

Een radja wilde een schuld afzweren bij een Makassaarschen handelaar, die een alcoholisch extract van djarakzaden bezat. De vorm van den eed bracht mede, dat hij bekiachtigd werd door liet drinken van een glaasje anisette, waarin eenig voedsel, aarde eii zeewater gemengd waren. Nadat hemel, zee en aarde waren aangeroepen om den meineedige te verdelgen, werd de anisette uitgedronken. In easu had de Makassaar in het glas. bestemd voor den radja, eenige druppels van het aftreksel der djarakzaden gedaan en had de radja anisette en vergif zonder argwaan uitgedronken; ricine is smakeloos.

(') Takdieu, l.c., bl. 336, obs. VIII.

C-) Geneeskundig Tijdschrift voor N. I.. dl. X (1863?), bl. 196.

Ook voor dit geval geldt, hetgeen in de noot op het volgende gezegd wordt n.1., dat w}j hier naar alle waarschijnlijkheid met een intoxikatie door zaden van ricinus communis en niet door die van jatropha curcas resp. multifida te maken hebben. Wij vermoeden dit op grond van de vrfl heftige symptomen bjj liet gebruik van slechts enkele zaden.