is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Z.g. Mechanische Vergiften.

Reeds vroeger (bl. 128) is deze uitdrukking gebruikt uni die groep van zelfstandigheden aan te geven, welke, bij inwendig gebruik, den dood van den mensch kunnen verwekken, niet door hun chemische alliniteit tot het protoplasma van bepaalde cellen of bepaalde celgroepen, doch doordat zij als zuiver mechanische agentia, door hun ruwheid of scherpte, in den tubus digestorius allerlei laesies doen ontstaan, welke, al dan niet gevolgd door secundaire infectie, na korteren of langeren tijd tot den exitus lethalis leiden.

Als zoodanig staan te boek: glaspoeder, bamboe/toren, fijngeknipt menschenhaar en fijngeknipte snorharen van den tijger. Zij worden in de nieuwere (Europeesche) hand- en leerboeken niet genoemd of slechts even besproken.

Deze stoffen zullen wij thans achtereenvolgens aan een nadere bespreking onderwerpen en daarbij tot het besluit komen, dat zij, naar hun aard in het algemeen niet als vergiften opgevat mogen worden; hiervoor ontbreken feiten, waarop men zich zou kunnen beroepen.

Slechts in concreto. waar zij iemand ernstig ziek maakten (bl. 179. sub 5) en, a fortiori, waar zij een mensch werkelijk gedood hebben (bl. 185, sub 3), zal men ze een vergif kunnen noemen.

1. GLASPOEDER.

Het spreekt van zelf, dat alles aankomt op de grootte der deeltjes, waarin het glas door malen, stampen, enz. verdeeld wordt, doch zelfs een vrij grof poeder (glasgruis) is over het algemeen onschadelijk.

Een schadelijke, laat staan doodende, werking van heimelijk bij te brengen hoeveelheden fijn glaspoeder, zooals dat bij vliegerwedstrijden gebruikt wordt om het touw scherp te maken (menggelas), bestaat niet. Dit weten wij met zekerheid, omdat het vrijwel over de geheele wereld herhaaldelijk, zelfs bij eetlepels daags, gebruikt wordt met het doel de vrucht af te drijven, zonder dat daarbij iets van een nadeeligen invloed op liet organisme van de vrouw blijkt. Wij zelf zagen een zwak en ziekelijk, onder financieele zorgen gebukt vrouwtje er meerdere dagen achtereen 3 eetlepels van gebruiken, zonder «lat eenig verschijnsel optrad (').

(') v. i>. Blko. I. i .. dl. I (188-4). bl. 1U4 zegt wel een geval te hebben waargenomen, waarin, na het innemen van een mengsel van fijn gestampt glas, buskruit en brandewijn, een hevige gastro-enteritis en de dood volgden, docli later [dl. II (1887), bl. 573] zegt hij, dat bij liet gebruik van glasscherven en glasgruis als abortivum de ontstane verschijnselen aan de bijgemengde stoffen toe te schrijven zijn.