is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. KWETSUREN EN SLAGEN.

De niet-doodelijke verwondingen, in het gewone leven mishandelingen genoemd, moeten worden beoordeeld, rekening houdende met de volgende strafwetartikelen:

S. R. I. art. 225. Ieder, die kwetsuren of slagen toe- S. R. E. art. 224. brengt wordt, zoo deze gewelddadigheden eene ziekte of onbekwaamheid tot persoonlijken arbeid van meer dan twintig dagen ten gevolge hebben, gestraft met dwangarbeid buiten den ketting | gevangenisstraf

van twee tot v\jf jaren.

S. R. I. art. 227. Wanneer de kwetsuren geen ziekte S. R. E. art. 226. of onbekwaamheid tot persoonlijken arbeid van meer dan twintig dagen ten gevolge hebben, wordt de schuldige gestraft niet

dwangarbeid buiten den ketting | gevangenisstraf

van een maand tot twee jaren en geldboete van acht tot honderd gulden.

In geval van voorbedachten rade of geleiderlage is de straf dwangarbeid buiten den ketting | gevangenisstraf

van twee tot vijfjaren en geldboete van vijf en twintig tot twee honderd vijftig gulden (').

S. R. I. art. 230. Slagen, die geenerlei ziekte of onbe- S. R. E. art. 228a. kwaamheid tot persoonlijken arbeid en geene of slechts onbeduidende kwetsuren ten gevolge hebben, worden gestraft:

met ter arbeidstelling aan de publieke werken voor de kost zonder loon van zes dagen tot drie maanden of geldboete van ten hoogste een honderd gulden.

Uit deze artikelen volgt, dat men bij het opmaken van zijn visum et repertum moet onderscheiden:

1°. kwetsuren en slagen, welke ziekte of/en onbekwaamheid tot persoonlijken arbeid van meer dan 20 dagen ten gevolge hebben;

met gevangenis van zes dagen tot ane maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

(ij Terwijl de strafwet onderscheid maakt tusschen doodslag en moord (dl. I, bl. 56). wordt bij de kwetsuren en slagen eveneens het toebrengen met voorbedachten rade of geleiderlage zwaarder gestraft, dan wanneer dit niet het geval is (S. R, I. art. 226 en S. R. E. art. 225), doch een aparte nomenclatuur is voor die gevallen niet ingevoerd.