is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooral van de decidua vera blijven soms lang stukken achter (langdurige bloedingen en kans op infectie). Dan keert de baarmoeder niet alleen niet zoo snel tot haar normalen toestand terug, doch heeft men kans, dat nog weken lang stukjes decidua worden kwijtgeraakt en tot de diagnose kunnen leiden. Niet alle flarden (in de min of meer bloederige afscheiding) zijn echter per se stukjes decidua, daar er ook gevallen van dysmenorrhoea membranacea voorkomen, waarin makroskopische flarden worden kwijtgeraakt, welke aan de eene zijde glad en aan de andere vlokkig zijn (terwijl bij de normale menstruatie de inucosa uteri in slechts mikroskopisch kleine flarden wordt uitgestooten); dit is speciaal het geval, waar de dysmenorrhee berust op endometritis exfoliativa (')•

Mikroskopisch onderzoek ran de kwijtgeraakte flarden is bij een onderzoek naar miskraam derhalve altijd noodtij, om de zaak met zekerheid tot klaarheid te brengen; hiertoe moeten de flarden in spiritus fortior of in een 4 % fonnaldehijde-oplossing worden bewaard en opgezonden.

Het is niet geoorloofd door excochleatie te trachten zich materiaal voor mikroskopisch onderzoek te verschaften, tenzij men tevens als behandelend medicus heeft op te treden en uitkrabbing uit een therapeutisch oogpunt is geïndiceerd. Wel mag men door uitspoelen van de uterusholte trachten deciduaresten tot zijn beschikking te krijgen, zoo de vrouw er zich ten minste niet tegen verzet.

(ij gij tiyttntenorfhoea Htenthranaven worden min of meer groote flarden onder weeën, vaak met vrij hevige bloeding en soms na verlenging van de intermenstruale periode, uitgestooten. Het geheel gelijkt klinisch dan ook af en toe op een miskiaani, zoodat de mogelijkheid van verwisseling wel degelijk bestaat.

De kwijt geraakte vlokken bestaan bij dysmenorrhee soms uit fibrine en z(jn dan onmiddellijk als zoodanig te herkennen, doch soms bestaan zij uit de min of meer volledig afgestooten mucosa uteri. Het onderscheid tusschen deze decidua menstriialis bij endometritis exfoliativa en de decidua graviditatis (vera en capmilaris) is in de practjjk niet altijd even gemakkelijk; de differentiale diagnose vereischt kennis op dit speciale gebied en kan niet door iederen arts worden gemaakt. In het algemeen kan men zeggen, dat in de decidua menstrualis in het interglaudulaire weefsel slechts hier en daar kleine groepjes epitheloïde cellen voorkomen met een groot, bleek cellijf en een relatief kleine, zich weinig sterk kleurende kern. terwijl deze in de decidua graviditatis de hoofdmassa vormen (z.g. decidncHxllen); verder dat het epithelium aan de oppervlakte en het klierepithelium tijdens de menstruatie normaal van vorm zjjn (d. i. hoogcylindrisch), terwijl zij tijdens de graviditeit veranderen in een kubisch, zelfs in een plat epitheel (behalve in de fundi der klieren), zelfs zóó, dat de klieren kunnen worden verwisseld met lymphspleten.

De decidua basalis. resp. de placenta is, evenals het chorion zelve, gekenmerkt dooide aanwezigheid van de typische chorionvlokketij bekleed met htyii \v;}ai\;\n de buitenste zich als een syncytium voordoet; bevatten de villi raten, dan was de zwangerschap minstens 3 maanden ver heen.

De histologische bouw van het amnion is niet van dien aard, dat het met zekerheid als zoodanig is te herkennen: de enkele laag plavei-epithelium, waarmede liet is bekleed, gaat bovendien al zeer gemakkelijk verloren.

Het vinden ran typische chorionclokkm in uit den aard der zaak bewijzend voor hel jtlaats hebben gehad ran een mixkraam.