is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar men in de gewone praktijk zich gerechtigd zon achten een miskraam aan te nemen, mag men dit raak in foro niet doen. Baar moet men zeker zijn van zijn diagnose.

Men late zich nooit overheden om op onvoldoende gegevens een rapport af te geren; op a nam nest ische gegevens alléén diagnostiseere men nooit zwangerschap of miskraam.

De mogelijkheid van zwangerschap, eindigende met miskraam, bestaat, wanneer door het onderzoek van de politie of van de justitie is vastgesteld, dat, na het optreden van bloeding en pijnen, de verschijnselen, welke op zwangerschap schenen te wijzen, verdwenen zijn en de menstruatie daarna weder op regelmatige wijze is teruggekeerd, maar zekerheid heeft men hieromtrent met.

Het is derhalve in de gerechtelijk-geneeskundige practijk veelal onmogelijk met voldoende zekerheid uit te maken of de verdachte vrouw kort geleden werkelijk een miskraam heeft gehad of' dat zij er geen heeft gehad. Het is vrijwel altijd onmogelijk te zeggen hoe lang geleden zij c.q. heeft plaats gehad, terwijl men, wat het tijdperk betreft, waarop de zwangerschap werd afgebroken, slechts in een gegeven geval kan zeggen: dat de miskraam jonger was dan 3 maanden, dat zij 3—G maanden oud was, dan wel dat de vrucht ouder was dan 6 maanden. Het eerste is het geval, wanneer er geen objectieve teekenen aan de vrouw te vinden zijn, dat zij zwanger is geweest, laat staan, dat zij is bevallen, maar het gelukte decidua in den uitvlood aan te toonen. Het tweede kan men zeggen, wanneer er wel teekenen van een doorgemaakte zwangerschap bestaan, doch niet die van een partus, terwijl de derde conclusie zich baseert op het aanwezig zijn van teekenen van een doorgemaakte zwangerschap en van een doorgemaakte bevalling.

Heeft echter de ambtenaar, belast met de instructie van strafzaken, beslag gelegd op de vermoedelijke miskraam en is deze niet al te rot, dan laat zich door het onderzoek hiervan echter met zekerheid een antwoord geven op de vraag of de vrouw een miskraam heeft gehad en, zoo ja, tevens met waarschijnlijkheid hoe ver de zwangerschap was gevorderd.

De vrouw heeft met beslistheid een miskraam gehad, wanneer men kan aantoonen, dat zij öf een geheel ei öf eivliezen, resp. een placenta of een vrucht is kwijt geraakt. Dit is al heel gemakkelijk, waar het uitgestooten ei in toto of de vrucht alleen in beslag werd genomen en eischt een nader onderzoek, waar slechts de eivliezen, resp. de placenta in hun geheel of voor een deel tot onderzoek komen. De diagnose van placenta en eivliezen moet n.1. altijd mikroskopisch worden gecontroleerd, zoodat zij voor nader onderzoek door een bevoegd onderzoeker moeten worden bewaard; allerlei is reeds makroskopisch voor placenta-weefsel aangezien, zonder dit te zijn.

GERECHTELIJKE GENEESKUNDE.

4