is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar men tot de diagnose komt, dat er een miskraam heeft plaats gehad, kan het voor de verdere instructie waarde hebben te weten hoe ver de zwangerschap was gevorderd, toen de miskraam optrad. Zoo mogelijk moet de gerechtelijk-geneeskundige dan ook hiertoe de noodige gegevens verschaffen; deze ontleent hij het best aan een nauwkeurig onderzoek van het uitgestooten vruchtje.

Bij het bepalen van den waarschijnlijken ouderdom van het embryum of van den foetus i1). heeft ook hier de lengte de meeste waarde; men bepaalt haar door, bij het (gekromde) embryo, te meten den rechten afstand tusschen de nek-knikking en de stuit, bij den (gestrekten) foetus dien tusschen de kruin en de stuit (2). Daartoe legt men het embryo, resp. den foetus op een duimstok.

Naast de lengte staan als maten voor den ouderdom de uitwendige lichaamsvormen; bij zeer kleine objecten gebruikt; men bij het onderzoek hiervan een loupe.

I)e lengte van de vrucht is alcclits een maat voor den ouderdom, indien zij in overeenstemming is met de vorm ontwikkeling op dat tijdstip.

Het gewicht van <lr vrucht heeft geen zeer groote waarde; het is te zeer afhankelijk van allerlei uitwendige omstandigheden en wordt dan ook door de verschillende schrijvers opgegeven als tusschen zeer wijde grenzen te schommelen.

Nog minder waarde hebben de afmetingen en het gewicht van de placenta, daar zij b|j de ziekte, welke de meeste miskramen veroorzaakt (lues), sterk worden veranderd (dl. II, bl. 63). Ook aan de lengte van de narclstreng is niet veel waarde toe te kennen. Volledigheidshalve zullen wij echter ook afgeronde gemiddelden voor beide opgeven; liet komt toch nog al eens voor, dat niet de vrucht, doch wel de eivliezen, resp. de placenta in beslag kan worden genomen.

Het onderzoek naar de voorhanden beenkernen is ook een methode om den ouderdom van de vrucht te bepalen; wanneer men echter ziet, welke verschillen ook op dit punt bij de verschillende schrijvers bestaan, begrijpt men, dat ook op deze wijze slechts zeer approximatief de ouderdom kan worden bepaald. Daarom zullen wij niet trachten uit de verschillende opgaven tot een gemiddelde te komen.

(') Men spreekt van een embryo of embryum, zoolang de vrucht nog niets menschelyks heeft; is dit wel het geval, dan heet zij een foetus (ook wel: fetus).

(2) Ook de lengte schommelt, volgens de opgave der schrijvers, tusschen wijde grenzen; vermoedelijk is dit slechts schijnbaar en berust het uiteenloopen der getallen op de onzekerheid, welke steeds ten opzichte van het tijdstip der bevruchting van de eicel, waaruit zich de vrucht ontwikkelde, bestaat. Men weet toch nooit, wanneer de bevruchtende spermatozoïd de eicel ontmoette en behelpt zich, op zeer onvoldoende wijze, door te rekenen van af de laatste menstruatie. De spermatozoïden blijven meerdere weken in het vrouwelijk lichaam voortleven en kunnen derhalve nog lang na den bevruchtenden coïtus (welke als zoodanig ook niet te bepalen is, tenzij er slechts één is geweest) een vrijgekomen eicel bevruchten; wanneer de ovulatie heeft plaats gehad is echter evenmin aan te geven. Men tast hier derhalve geheel in het duister; van daar het uiteenloopen der cijfers.

Wij geven de lengte op, zooals die, bij een regelmatig verloop van de curve, bij graphisi-he voorstelling, wordt gevonden (Stkatz).