is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In verband hiermede is het van belang te weten, dat op 100 luetische, te vroeg geboren vruchten het treponema pallidum werd aangetroffen: 1-maal bij een vrucht van 5 maanden,

"" n rt n n n ® »

n n n n n ' n

34 8

n » n n n n

20- „ „ „ „ „ 9 „ en

10- „ „ „ „ „ 10 „ (*)•

Op gron.i van 250 onderzochte gevallen van congenitale lues meent Trinchese, dat syphilis nooit aanleiding geeft tot miskraam in de eerste 4 maanden der zwangerschap; het gelukte hem ten minste nooit, trots nauwkeurig onderzoek, het treponema pallidum in vruchten uit de -1 eerste maanden te vinden, ook niet, waar de moeder serologisch met zekerheid aan syphilis leed (2). Het is echter niet ondenkbaar, «Jat de vrucht in dien tijd door toxienen-werking gedood kan worden, vóórdat de congenitale lues zich uit in den vorm van een spirillose (treponema-septichaemie), zooals daarna regelmatig het geval blijkt te zijn. Daar echter dergelijke vruchten niet als antigeen zijn te gebruiken, omdat ook met waterige extracten van normale organen een positieve WASSERMANN'sche reactie kan worden opgewekt, moet deze zaak voorloopig onopgehelderd blijven; toch hebben wij gemeend onze opmerking te moeten maken.

(') De zeer zorgvuldige onderzoekingen van Blaisch & Trinchese (*) leerden liet volgende; de eerste onderzocht de moeders serologisch, de tweede onderwierp haar vruchten aan een bacterioskopisch onderzoek.

In 80 van de 100 vermoedelijke gevallen van lues kon met zekerheid het treponema pallidum in de vrucht worden aangetoond, in 10 slechts met waarschijnlijkheid (door de sterke maceratie, welke een goede verzilvering volgens Levaditi belette) en in 10 was het onderzoek volkomen negatief. Bij 75 van 102 moeders bestonden geen klinische verschijnselen van lues, maar viel niet alleen de WASSERMANN'sche reactie met haar serum positief uit, doch bevatte bovendien de placenta materna het treponema pallidum, zoowel in de vlokken als in de intervilleuze ruimten. Deze laatste vondst is van groot belang, omdat o. a. Grüfexhero [1909 (")] het slechts in de placenta foetalis had gevonden; deze laatste onderzoeker toonde het ook aan in een vrucht van 4 maanden; in jongere vruchten is het tot nog toe niet gehikt het te vinden.

In 12 van de in het geheel onderzochte 140 gevallen viel bij de moeders de WAssERMANs'sche reactie negatief uit en had het onderzoek van vrucht en placenta op het treponema toch een positief resultaat; dit zijn juist de 10°/o, waarin, volgens Wassermann zelf (*"), b(j floriede syphilis z;jn methode in den steek laat.

In een reeks van miskramen in de 2e, 3e en 4e maand en in 3 gevallen van habitueele miskraam werd steeds een negatieve WAssERMANN'sche reactie van het serum der moeder gevonden; hierop vestigen w\j in het bijzonder de aandacht.

(2) Schriftelijke mededeeling over de verdere, nog niet gepubliceerde, in de Universitats-Frauenkliniek te München verrichte serologische en bacterioskopische onderzoekingen op dit punt.

(*) Münclin. mod. Wochenschrift, 1901*, II, bl. 1929 011 ibidem, 1910, I, bl. 570.

(**) Archiv f. Gynaekologie, dl. 87 (ltKK»), bl. 190.

(♦*♦) Borl. klin. Wochenschrift, 1908, bl. 899.