is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds zijn verdwenen en tusschen de aanwending van liet afdrtjvingsmiddel en de uitstooting van de vrucht hoogstens 0 weken liggen, de vrucht reeds dood was op het oogenblik der afdrijving, ontkent Fehroni (1904), dar, uit den aard dier veranderingen eenig besluit over het tijdstip van den vruchtdood kan worden getrokken.

4. HEEFT HET VERSTOREN VAN DE ZWANGERSCHAP AANLEIDING GEGEVEN TOT ZIEKTE OF/EN ONBEKWAAMHEID TOT PERSOONLIJKEN ARBEID VAN MEER DAN 20 DAGEN OF VAN KORTER DUUR?

Deze vraag vereischt geen nadere toelichting; zij moet worden beantwoord volgens de beginselen, ontwikkeld bij de leer van de kwetsuren en slagen (bl. 1). Zij heeft sjieciaal beteekenis voor die gevallen, waarin de afdrijving als zoodanig niet wettig is te bewijzen, b.v. doordat de vorige vraag niet bevestigend kan worden beantwoord (bl. 28).

Ook hier is de dader aansprakelijk voor alle, derhalve ook voor de nietgewilde, gevolgen van zijn daad (dl. I, bl. 58). Of derhalve de vrouw ziek is geworden doordat zij bij de verstoring der zwangerschap werd geïnfecteerd, dan wel dat dit geschiedde door de verloskundige hulp van een doekoen, enz., doet er in principe voor de schuldvraag van de afdrijfster niet toe. Deze maakte de vrouw tot een kraamvrouw en is daardoor aansprakelijk voor alle gevaren, welke deze toestand biedt.

Men heeft derhalve voor de schuldvraag c.q. vast te stellen, dat de vrouw lijdt (leed) aan eenige ziekelijke afwijking of toestand (parametritis, maagdarmkatarrh, enz.) en dat deze is opgetreden door het verstoren van de zwangerschap of door een poging hiertoe.

Daar het echter voor de straftoemeting wel voor den rechter van belang is te weten in hoever de geconstateerde ziekte of/en onbekwaamheid tot persoonlijken arbeid een direct of een indirect gevolg is van de misdadige handeling, heeft men. voor zoover men hiertoe in staat is. aan te geven hoe de ziekte, resp. de onbekwaamheid tot persoonlijken arbeid ontstond. Dit heeft men slechts te doen voor zoo ver men het met medische zekerheid kan bepalen; over allerlei mogelijkheden (bl. 100) zwijge men en antwoorde eventueel den verdediger op dit punt met te zeggen, dat men niet in staat is te zeggen hoe de infectie is opgetreden.

B. De vrouw is overleden.

1. WELKE IS DE DOODSOORZAAK?

De beantwoording van deze vraag moet natuurlijk geschieden op grond van de uitkomsten van het onderzoek van het lijk (')• Het is derhalve

(') B\j de gerechtelijke obductie van l\jken van vrouwelijke personen moet men, zoo de vrouw in den bloeitijd van het leven was, altijd aan de mogelijkheid van dood door afdrijving denken en zijn bijzondere aandacht aan de inwendige genitaliën en aan het maagdarmkanaal wijden. Bij li.jken van meisjes denke men steeds aan de mogelijk-