is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de diagnose van den dood dooi verbloeding kan worden verwezen naar dl. 1, hl. 59. Bjj deze relatief zeer zeldzame doodsoorzaak, welke nog het meest voorkomt bij miskraam in de 2-e—3'/s-e maand, teekenen wij alleen aan, dat men in een dergelijk geval een uterus puerperalis zal vinden zonder teekenen van infectieuze ontsteking (iets, dat anders niet licht voorkomt) en veelal ook nog stukken der eivliezen of van de placenta, omdat verbloeding juist bij incomplete miskraam het meest voorkomt.

Dood door hartverlamming, in den vorm van parahjxis cordia, tengevolge van uitputting door den langen duur der baring, komt niet zoo zelden voor bij een baring a terme, doch wordt zoo goed als nooit gezien by miskraam.

Over de herkenning ervan werd voldoende gezegd in dl. I, bl. 61 en in dl. II, bl. 412; als oorzaak van de uitputting van het hart zal in een dergelijk geval de status puerperalis worden gevonden. De diagnose wordt versterkt, indien uit de verhooren blijkt, dat de baring zeer lang heeft geduurd en zeer moeilijk was.

Ook over de herkenning van den dood dooi' embolie behoeft hier eveneens niets meer te worden gezegd, daar hierover in dl. II, bl. 432 reeds genoeg werd geleerd. Alleen merken wjj hier nog op, dat men uit den aard der zaak in een dergelijk geval niet alleen de teekenen van een acute parametritis met thrombophlebitis van den plexus utero-vaginalis zal vinden, doch soms ook een kraambeen kan aantreffen en dat, omdat de embolie gewoonlijk eerst in de 2-e—3-e week na het ontstaan van de thrombose optreedt, de involutie van de baarmoeder reeds tamelijk ver zal zijn gevorderd, waardoor het gewicht en de afmetingen ervan vrijwel normaal kunnen worden gevonden, indien de zwangerschap vroegtijdig eindigde. Dit zal natuurlijk niet het geval zijn waar embolie optreedt, doordat injecties met heet water zijn gemaakt en het bloed in de bekkenaderen is gestold (bl. 114).

Een hoogst enkele maal wordt een kraamvrouw met tetanusbacillen (-sporen) geïnfecteerd en sterft zij aan tetanus. Voor de herkenning van zulk een geval, zie dl. I. bl. 64 en dl. II, bl. 361.

2. HANGT DE DOODSOORZAAK SAMEN MET DE GEBOORTE VAN EEN VRUCHT OF. ZOO DE VROUW ZWANGER WAS, AF VAN EENIG INGRIJPEN TOT VERSTORING DER ZWANGERSCHAP?

Het zal herhaaldelijk voorkomen, dat in een geval van verdenking van dood door afdrijving, resp. door een poging tot afdrijving, de lijkopening

sepsis aan, zooals dergelijke gevallen ook wel worden genoemd.

Een meisje werd 's morgens om 8 uur nog op straat gezien, terwijl het water haalde; 's middags om 2 uur overleed het onder deliriën. Bij de obductie, welke 27 uur post mortem geschiedde, vertoonde het lijk een sterk rottingsemphyseem en rottingsbleinen en, terwijl er geen teekenen van peritonitis bestonden, was het bovenste gedeelte van den uterus geheel vervloeid (colliquatie-nekrose), zoodat de hand in de vagina kwam; de vrucht was, door de rottingsgassen in den buik. buiten het lichaam gedreven (z.g. bevalling na den dood).

Iets dergelijks neemt men in Midden-Europa in gewone gevallen nooit waar; de uterus blijft daar nog maanden lang vrijwel onveranderd. Men moet wel aannemen, dat in dit geval (en de medicus, door wien dit geval werd waargenomen, zag er in enkele maanden drie) zeer virulente mikroben in den uterus zijn geënt bjj een poging tot afdrijving. Op de plaats van enting kwam het tot een, op nekrose uitloopende, ontsteking van de baarmoeder.