is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der zwangerschap en in gevallen. dat door ontsteking «le binnenvlakte van de baarmoeder niet het typische adspect vertoont. In het algemeen pleit n.1. een groot corpus luteum voor zwangerschap en is dit teeken reeds aanwezig vóór de mammae, enz. veranderingen vertoonen, welke erop wijzen (bl. 43). Toch heeft het vinden van een groot corpus luteum slechts een relatieve beteekenis, omdat ook na de menstruatie, zij het dan ook bij uitzondering, een dergelijk groot product kan worden aangetroffen. Daardoor kan het onderzoek van de eierstokken, op de aanwezigheid van een corpus luteum, nooit het mikroskopisch onderzoek van den uteruswand vervangen (bl. 120); dit laatste moet dan ook altijd worden verricht, indien er vermoeden van miskraam bestaat en men door het gewone lijkonderzoek hieromtrent geen voldoende zekerheid kan krijgen.

Uit een gebarsten folliculus oöphorus vesiculosus ontwikkelt zich, wanneer het vrijgekomen ovulum niet wordt bevrucht, een corpus luteum spurium, dat, in den loop van 2—3 weken, de grootte van een katjang bogor bereikt, doch gewoonlijk veel kleiner is en op doorsnede een smallen goudgelen zoom bezit, om een centraal, min of meer van kleur veranderd, coagulum. Het wordt daarna, onder het geplooid worden van den gelen zoom, geleidelijk kleiner en kleiner, om met 4—6 weken geheel te zijn verdwenen. Bij uitzondering kan het coipus luteum spurium de grootte van een djambêlanvrucht bereiken.

Wordt het ovulum wel bevrucht, dan ontwikkelt zich een corpu-s luteum eerum, dat in de 3-e—4-e zwangerschapsmaand zijn grootste afmetingen bereikt (afmetingen en vorm als een djambêlanvrucht of nog grooter) en een breeden goudgelen zoom vertoont, om een centraal, meer bruinrood coagulum. Daarna begint het eveneens geleidelijk te verdwijnen en is tegen het einde van de (normale) zwangerschap wat kleiner dan een corpus luteum spurium op zijn grootst; 2—3 maanden post partum (a terme) is het eerst geheel verdwenen. Bij miskraam in de 2-e—4-e maand zal men derhalve, indien de dood spoedig erna optreedt, in de overgroote meerderheid der gevallen een corpus luteum vinden, zóó groot als slechts bij uitzondering bij het niet-bevrucht worden van het ovulum ontstaat.

Een groot corpus luteum (djambelangrootte en grooter) in een der ovariën pleit slechts cour den status pnerperalis, wanneer in geen der beide eierstokken een onlangs gebarsten folliculus wordt aangetroffen (corpus haemorrhagicum, zonder gelen zoom).

Een groot corpus luteum, met een corpus haemorrhagicum in hetzelfde of in het andere ovarium, wijst op den status menstrualis.

Aan het peritonaeum komen, van af de 3-e maand en constant in de 2-e helft der zwangerschap, eigenaardige deeiduale woekeringen voor, welke kenmerkend zijn voor graviditeit. Op het eerste oog kunnen zij. door de aanwezigheid van hyperaemie en van matheid, resp. van een serofibrineus exsudaat (ook in gevallen, waarin van een puerperale peritonitis geen sprake